Onderdeel van het Pavor nocturnus (night terrors)-dossier van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.
Pavor nocturnus (night terrors): overzicht en differentiatie
Definitie
Pavor nocturnus (Engels: night terrors of sleep terrors) is een NREM-parasomnie uit de groep van de disorders of arousal (ontwaakstoornissen), samen met slaapwandelen en verwarde ontwakingen. Het is een gedeeltelijk, onvolledig ontwaken uit de diepe non-REM-slaap (vooral stadium N3, soms N2; de slow-wave sleep), meestal in het eerste derde deel van de nacht.
Een typische episode: het kind komt abrupt overeind of springt uit bed, schreeuwt het uit van angst, is paniekerig met een doodsbange gezichtsuitdrukking, en vertoont sterke autonome activatie (tachycardie, tachypneu, transpireren, rode kop, verwijde pupillen, verhoogde spierspanning). Het kind is moeilijk te wekken en niet te troosten, raakt vaak niet volledig wakker en zakt daarna terug in rustige slaap. De volgende ochtend is er geen of nauwelijks herinnering aan de episode (retrograde amnesie).
Bron: Leung et al. 2020 (Current Pediatric Reviews, PMID 31612833), Irfan 2024 (Sleep Medicine Clinics, PMID 38368070).
Epidemiologie
| Kenmerk | Cijfer | Bron |
|---|---|---|
| Prevalentie kinderen 1-12 jaar | 1 tot 6,5% | Leung 2020 (PMID 31612833) |
| Prevalentie peuters 12-36 maanden | 16,7 tot 20,5% | Laganière 2022 (PMID 35686369) |
| Piekleeftijd | 5 tot 7 jaar | Leung 2020 (PMID 31612833) |
| Disorders of arousal bij volwassenen | ~2 tot 4% | Idir 2022 (PMID 35388549) |
| Familiaire vorm bij volwassen DOA-patiënten | ~50% heeft een eerstegraads familielid | Battiato 2025 (PMID 40434875) |
Night terrors zijn vooral een kinderaandoening, maar kunnen aanhouden tot in de adolescentie of opnieuw beginnen op volwassen leeftijd. Het cijfer van 2 tot 4% bij volwassenen betreft de disorders of arousal als geheel; geïsoleerde night terrors op volwassen leeftijd zijn zeldzamer en onder die leeftijdsgroep komen verwarde ontwakingen en slaapwandelen vaker voor.
Prognose
Gunstig. De meeste kinderen groeien spontaan over de aandoening heen tegen het einde van de adolescentie, naarmate de hersenmechanismen die slaap en waak scheiden uitrijpen. Night terrors gelden als een goedaardige, zelflimiterende aandoening. Geruststelling en uitleg aan de ouders vormen daarom de kern van de begeleiding (zie herkenning en aanpak).
Aandachtspunt: bij volwassenen met een familiaire vorm beschrijft de literatuur een vroegere start en een ernstiger, hardnekkiger beloop dan bij de sporadische vorm (Battiato 2025, PMID 40434875).
Differentiatie van de nachtmerrie
De meest gemaakte verwarring is die tussen night terror en nachtmerrie. Het zijn fundamenteel verschillende fenomenen die uit verschillende slaapstadia voortkomen. Het onderscheid is klinisch belangrijk: het bepaalt de aanpak en geruststelt ouders.
| Kenmerk | Pavor nocturnus (night terror) | Nachtmerrie |
|---|---|---|
| Slaapstadium | Diepe NREM-slaap (vooral N3, soms N2) | REM-slaap |
| Tijdstip in de nacht | Eerste derde, doorgaans binnen 1-3 u na inslapen | Tweede helft van de nacht |
| Bewustzijn tijdens episode | Niet volledig wakker, niet aanspreekbaar | Wordt volledig wakker |
| Gedrag | Schreeuwen, overeind komen, autonome storm | Stil wakker worden, angstig |
| Troostbaarheid | Niet te troosten tijdens de episode | Wel te troosten en gerust te stellen |
| Herinnering de ochtend erna | Geen of nauwelijks (amnesie) | Levendig, kan de droom navertellen |
| Reactie van het kind achteraf | Weet van niets | Weet het nog, kan er bang voor blijven |
Vuistregel voor de clinicus: een kind dat ‘s nachts wakker schreeuwt maar de volgende ochtend van niets weet, had vrijwel zeker een night terror, geen nachtmerrie — mits het bekende beeld verder klopt.
Differentiatie van nachtelijke epilepsie
Een tweede belangrijk onderscheid is dat met epileptische aanvallen tijdens de slaap (sleep-related hypermotor epilepsy, vroeger nachtelijke frontaalkwab-epilepsie). De semiologie kan sterk lijken. Kenmerken die richting epilepsie wijzen:
- Zeer frequente episodes, soms meerdere per nacht.
- Stereotiepe, telkens identieke bewegingspatronen.
- Korte, abrupte episodes met dystone of dyskinetische componenten.
- Optreden door de hele nacht heen in plaats van alleen in het eerste derde.
- Begin op latere leeftijd.
Bij twijfel is video-polysomnografie het aangewezen onderzoek (zie herkenning en aanpak). Disorders of arousal en sleep-related hypermotor epilepsy worden in recente literatuur overigens als verwante aandoeningen gezien, met overlappende familiepatronen (Halász 2024, PMID 38328672).
Kernbronnen
- Leung AKC et al. Current Pediatric Reviews, 2020. PMID 31612833.
- Irfan M. Sleep Medicine Clinics, 2024. PMID 38368070.
- Idir Y, Oudiette D, Arnulf I. Journal of Sleep Research, 2022. PMID 35388549.
- Gigliotti F et al. Pediatric Pulmonology, 2022. PMID 33647192.
- Laganière C et al. Journal of Clinical Sleep Medicine, 2022. PMID 35686369.
- Battiato A et al. Sleep, 2025. PMID 40434875.
Volledige bibliografie in referenties.