Onderdeel van het Psoriasis-dossier van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.
Genetica en epigenetica van psoriasis
Psoriasis hoort bij de genetisch “complexe” ziekten: een samenspel van meerdere genen plus triggerfactoren, geen enkel “psoriasis-gen” (PMID 19818216). De erfelijke basis blijkt uit familiale clustering, epidemiologische studies, tweelingstudies en genoom-brede scans (PMID 19818216).
HLA-C*06:02: het sterkste risicogen
De sterkste genetische associatie is HLA-C*06:02 (in oudere literatuur HLA-Cw6 genoemd), vooral bij vroeg beginnende psoriasis (PMID 40571687). Dit gen ligt in de eerste beschreven risicolocus, PSORS1, in de HLA-regio op chromosoom 6p21.3 (PMID 19818216).
De exacte ligging van het PSORS1-gen blijft lastig vast te pinnen door sterke koppeling (linkage disequilibrium) in die regio; kandidaatgenen zijn onder meer HCR en corneodesmosine (CDSN) (PMID 19818216). Daarnaast zijn risicoloci PSORS2 tot en met PSORS9 beschreven op verschillende chromosomen (PMID 19818216).
De risicogenen liggen op de ontstekingsroute
Veelzeggend is dat bijkomende gevoeligheidsgenen rechtstreeks koppelen aan de IL-23/Th17-as: IL23A, IL12B en IL17RA (PMID 40571687). Dat de risicogenen precies op deze immuunroute liggen, verklaart mee waarom medicatie tegen die route zo goed werkt. De aanleg en het mechanisme uit pathways wijzen dus naar hetzelfde punt.
De epigenetische laag: methylatie als brug
Naast de DNA-code zelf speelt epigenetica een rol: DNA-methylatie, histon-modificaties en microRNA zetten de activiteit van genen aan of uit zonder de code te wijzigen (PMID 32955211). Deze laag vormt de brug tussen omgeving en genen: bij iemand met aanleg blijft de overdreven immuunreactie meestal uit zolang er geen triggerfactor is (PMID 32955211). De triggers staan in risicofactoren.
De methylatie- en MTHFR-vraag
Omdat methylatie een rol speelt, ligt de vraag voor de hand of psoriasis een “methylatieprobleem” is, met een tekort aan methyldonoren. Het bewijs ondersteunt dat beeld niet:
- De methylatieveranderingen in psoriatische huid zijn gen-specifiek (sommige genen minder, andere meer gemethyleerd), geen globaal tekort dat je met methyldonoren aanvult (PMID 32955211).
- De klassieke MTHFR C677T-variant (de variant die vaak centraal staat in functionele geneeskunde) is niet betrouwbaar geassocieerd met psoriasis: geen verband bij Kaukasiërs (PMID 18355300) en geen verband in een Maleisische groep (PMID 22217364). Eén studie suggereert zelfs dat de TT-variant de ernst juist verlaagt (PMID 24753765).
- De sterkste mechanistische studie wijst de andere kant op: in psoriatische huid is het één-koolstofmetabolisme juist geactiveerd, en het remmen van het SAMe-producerende enzym MAT2A verbetert de ziekte in een muismodel (PMID 30591370).
Het homocysteïne- en foliumzuurverhaal is vooral relevant als comorbiditeit en bij medicatie, niet als oorzaak. Dat werken we uit in suppletie en lifestyle.
Bronnen: referenties.