Dit artikel komt uit de research-bibliotheek van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.
Gamma-Glutamyltransferase (GGT): Klinische Interpretatie
1. De alcoholwaarde en wat zij verder meet
Gamma-glutamyltransferase, op vrijwel elke uitslag afgekort tot GGT, staat bekend als de waarde die verraadt of iemand drinkt. Dat beeld klopt maar half, en het staat een goede interpretatie in de weg: het leidt tot ongemakkelijke gesprekken bij mensen die nauwelijks drinken, en het laat de andere betekenissen van deze waarde onbenut.
Het enzym is in werkelijkheid een gevoelige maar weinig kieskeurige alarmbel. Het stijgt bij stuwing van gal, bij leververvetting, bij overgewicht en insulineresistentie, bij een reeks veelgebruikte geneesmiddelen, en inderdaad ook bij alcohol. Daar komt bij dat een blijvend verhoogde waarde iets voorspelt over ziekten die met de lever weinig te maken hebben.
Dit artikel legt uit waar het enzym zijn eigenlijke werk doet, waarom het bij zoveel verschillende dingen omhoog gaat, hoe goed het nu werkelijk is als alcoholmarker en welke bepalingen dat beter doen, en wat een structureel verhoogde waarde zegt over het risicoprofiel van je cliënt.
2. Waar het enzym voor dient
GGT zit vastgeankerd in celmembranen en heeft één hoofdtaak: het knipt de eerste bouwsteen, glutamaat, ook glutaminezuur genoemd, af van glutathion, een van de belangrijkste lichaamseigen antioxidanten. Wat er overblijft wordt vlak buiten de cel verder gesplitst, en daarbij komt cysteïne vrij, de schaarse bouwsteen die de cel nodig heeft om zelf weer glutathion te maken. Het enzym staat dus midden in de huishouding van oxidatieve stress, en dat is de reden dat de waarde met zoveel uiteenlopende aandoeningen samenhangt; sectie 6 werkt dat uit.
De hoogste activiteit zit in de nier, gevolgd door de alvleesklier, de lever en de darm. Toch komt het GGT dat je in het bloed meet vrijwel volledig uit de lever en de galwegen, en dan met name uit het epitheel van de galwegen. Nierweefsel geeft zijn GGT namelijk aan de urine af en niet aan het bloed.
Dat het enzym in hetzelfde galwegepitheel zit als de levervorm van alkalische fosfatase, maakt de twee tot een vast koppel. Stijgen ze samen, dan wijst dat op de galwegen. Stijgt de alkalische fosfatase alleen, dan ligt de bron meestal in het bot, bij een zwangere in de placenta, en soms elders. Het artikel over alkalische fosfatase werkt die uitzonderingen uit, waaronder een geneesmiddel dat alleen die waarde optilt.
3. Normaalwaarden
| Groep | Gebruikelijke bovengrens, in eenheden per liter (op het uitslagblad U/L) |
|---|---|
| Volwassen mannen | Onder 55 U/L, per labo tussen 35 en 60 |
| Volwassen vrouwen | Onder 38 U/L, per labo tussen 25 en 45 |
| Kinderen boven het jaar | Onder ongeveer 23 U/L, sterk leeftijdsafhankelijk |
| Pasgeborenen | Tot rond 200 U/L, fysiologisch hoog; normaliseert binnen een half jaar |
| Ouderen | Loopt geleidelijk op, vooral bij mannen |
Vrouwen zitten structureel lager dan mannen, dus een geslachtsspecifieke bovengrens is hier nodig. Overgewicht tilt de waarde op zonder dat er leverziekte is, en met de leeftijd kruipt zij vanzelf omhoog.
Voor de bloeddruk lijkt het gunstigste bereik lager te liggen dan de bovengrens van het labo. In een grote Chinese momentopname bij een gezondheidscontrole liep het verband met hoge bloeddruk U-vormig: zowel een zeer lage als een hoge waarde ging samen met meer hoge bloeddruk, met de laagste kans tussen ongeveer 15 en 25 eenheden per liter, ruim onder de bovengrens die het labo hanteert, en het grootste risico in het hoogste kwart. Dat is de uitkomst van één momentopname, waarin alles op hetzelfde tijdstip gemeten werd, dus zij zegt niets over oorzaak en volgorde. Lees het als richting en niet als afkapwaarde.
4. Oorzaken van een verhoogde waarde
De vier groepen oorzaken hieronder komen in de praktijk voortdurend door elkaar voor. Een man van vijfenvijftig met overgewicht, een cholesterolverlager en twee glazen wijn per dag heeft er drie tegelijk, en dat maakt het toewijzen van de stijging aan één oorzaak zinloos.
Stuwing van gal en leverziekte. Hapert de afvoer van gal, dan stijgen GGT en alkalische fosfatase samen, vaak fors. Ook bij leverontsteking, leververvetting en levertumoren beweegt de waarde mee, al staan daar meestal de transaminasen op de voorgrond.
De stofwisseling. Dit is in de praktijk de vaakst voorkomende reden. Leververvetting door een gestoorde stofwisseling, insulineresistentie, buikomvang en diabetes type 2 gaan allemaal samen met een verhoogde waarde. In een meta-analyse van negen prospectieve cohorten met 47.499 deelnemers ontwikkelden de mensen met de hoogste waarden ruim anderhalf keer zo vaak het metabool syndroom als die met de laagste, los van alcoholgebruik (PMID 22698421). Een latere en grotere meta-analyse over dezelfde vraag, met tien cohorten en bijna zeventigduizend deelnemers, zag het bijna twee keer zo vaak in het hoogste derde deel als in het laagste, en zag het verband bovendien niet rechtlijnig oplopen (PMID 25363194). Bij adolescenten hangt een hogere waarde samen met vaker voorkomen van het metabool syndroom, al verzwakt dat verband wanneer je corrigeert voor het andere leverenzym, en blijft vooral de samenhang met de buikomvang overeind.
Geneesmiddelen. Een op zichzelf staande stijging zonder verdere leverafwijkingen komt vaak uit het medicijnkastje, en dan meestal door enzyminductie: de levercel gaat onder invloed van het middel meer enzym aanmaken, zonder dat er schade is.
| Middel of groep | Wat er gebeurt |
|---|---|
| Middelen tegen epilepsie | Zetten de leverenzymen aan; een op zichzelf staande stijging is hier typisch en kan blijvend twee tot vijf keer de bovengrens bedragen |
| Cholesterolverlagers van het statinetype | Licht verhoogd, meestal voorbijgaand |
| Fibraten | Mild verhoogd |
| Hormonale anticonceptie | Werkt op de galafvoer, waardoor de waarde meestijgt |
| Middelen tegen hiv | Wisselend, vooral de oudere middelen |
| Middelen tegen tuberculose | Belasten de lever en tillen de waarde op |
| Methotrexaat | Bij langdurig gebruik |
| Amiodaron | Belast de lever en de galafvoer |
| Terbinafine | Meestal met een cholestatisch beeld, met als uitzondering een casus waarin alleen de alkalische fosfatase steeg en GGT normaal bleef |
| Paracetamolvergiftiging | Acute schade aan de levercellen, waarbij de waarde meestijgt |
Alcohol. Chronisch gebruik tilt de waarde op, en dat is de reden achter de reputatie van deze bepaling. Hoe betrouwbaar dat is, staat in de volgende sectie.
Daarnaast bestaat er een groep oorzaken die buiten de lever begint: hartfalen waarbij het bloed terugstuwt in de lever, een te snel werkende schildklier, een ontstoken alvleesklier en gevorderde nierschade.
5. Betrouwbaarheid als alcoholmarker
Deze bepaling doet dat werk minder goed dan haar reputatie doet vermoeden. Een overzichtsartikel uit 2025 rapporteert: bij mensen die meer dan zestig gram alcohol per dag drinken, ruwweg zes standaardglazen, gedurende minstens vijf weken, is deze waarde bij ongeveer drie op de vier verhoogd (PMID 40711388). Een op de vier zware drinkers blijft dus onder de radar. Aan de andere kant slaat de bepaling ook aan bij mensen die nauwelijks drinken, en dat gebeurt vaker naarmate er meer overgewicht en metabool syndroom in het spel is. Juist bij de groep waarin je het onderscheid wil maken, maakt deze waarde het onderscheid dus het slechtst.
Daar komt bij dat de waarde pas oploopt bij chronisch zwaar gebruik en dat zij af en toe fors doordrinken grotendeels mist. Na stoppen duurt het volgens de gangbare literatuur twee tot vier weken voor zij halveert; dat getal staat niet in het hier geciteerde overzichtsartikel. Datzelfde overzichtsartikel besluit dat geen enkele laboratoriumbepaling op zichzelf betrouwbaar is om overmatig alcoholgebruik vast te stellen, en dat de combinatie van meerdere bepalingen met het gesprek en een vragenlijst de beste strategie is.
Er bestaan bepalingen die dit werk beter doen.
| Bepaling | Hoe goed zij drinkers oppikt | Hoe goed zij anderen met rust laat | Over welke periode zij iets zegt |
|---|---|---|---|
| GGT | Matig | Matig, en slechter bij overgewicht | Vier tot zes weken bij een matig verhoogde waarde, langer naarmate de uitgangswaarde hoger lag |
| Koolhydraatarm transferrine (CDT) | Vergelijkbaar met of beter dan deze bepaling | Vermoedelijk beter | Twee tot drie weken |
| Fosfatidylethanol (PEth) | Zeer goed | Wisselend | Twee tot vier weken |
| Gemiddeld volume van de rode bloedcel | Zwak | Matig | Twee tot drie maanden |
| De verhouding tussen de twee leverenzymen | Matig | Matig | Momentopname |
De termijnen in de laatste kolom zijn niet allemaal even hard. Voor fosfatidylethanol komt zij uit meetonderzoek. Voor koolhydraatarm transferrine en voor GGT gaat het om de tijd die de waarde na stoppen nodig heeft om te normaliseren, en voor het celvolume om de geleidelijke vervanging van de rode bloedcellen. Elke cel gaat ongeveer vier maanden mee, maar het gemiddelde zakt al zodra een deel is vervangen, zodat de waarde in twee tot drie maanden weer normaal is. De verhouding tussen de twee leverenzymen kijkt helemaal niet terug: zij zegt alleen iets over het moment van de prik. De termijn voor GGT is een gangbare literatuurwaarde en geen meetresultaat uit het geciteerde overzicht, en dat geldt ook voor de regel dat die termijn langer wordt naarmate de uitgangswaarde hoger lag. Lees deze termijnen dus als orde van grootte.
De praktische lijn die hieruit volgt: gebruik deze waarde hooguit als eerste aanwijzing, en steun voor zekerheid op koolhydraatarm transferrine of op fosfatidylethanol. Eén kanttekening hoort erbij: een systematische review over 110 studies vond dat koolhydraatarm transferrine in gepaarde studies niet duidelijk beter presteerde dan deze bepaling, al dateert dat werk van voor de huidige meetmethoden: in die review was alleen de oorspronkelijke uitvoering van de CDT-bepaling duidelijk beter dan deze waarde; de eerste herziening was dat niet, en een derde uitvoering, van een andere fabrikant, was van die herziening niet te onderscheiden. Fosfatidylethanol pikt zwaar drinken internationaal het betrouwbaarst op van de bepalingen in dit rijtje, al is het minder goed in het met rust laten van wie niet drinkt. In Nederland en Vlaanderen is koolhydraatarm transferrine breed beschikbaar; fosfatidylethanol loopt via gespecialiseerde laboratoria.
Daar hoort een voorwaarde bij. Deze twee bepalingen komen uit de verslavings- en keuringsgeneeskunde, en ze horen niet thuis als stille controle op wat je cliënt je vertelt. Bespreek vooraf openlijk waarom je ze wil aanvragen en wat je met de uitslag gaat doen, en zet ze alleen in met instemming.
En vooral: trek uit een verhoogde waarde alleen nooit de conclusie dat iemand drinkt. Bij een cliënt met overgewicht is de stofwisseling de waarschijnlijkere verklaring, en met een onterechte verdenking schaad je de vertrouwensband zonder dat je er iets mee wint.
6. Wat een blijvend verhoogde waarde voorspelt
Een blijvend verhoogde waarde zegt ook iets over risico’s buiten de lever, en die betekenis blijft in de praktijk vaak onbenut. Een structureel verhoogde waarde gaat samen met een hoger risico op een reeks aandoeningen, ook bij mensen bij wie de lever verder in orde lijkt.
| Uitkomst | Hoe het verband loopt |
|---|---|
| Sterfte aan hart- en vaatziekten | Ruim anderhalf keer zo vaak bij een hoge waarde, in een meta-analyse met ruim een miljoen mensen. Het verband loopt niet rechtlijnig op (PMID 30614883) |
| Kanker in het spijsverteringsstelsel | Het hoogste kwart tegenover het laagste: ruim anderhalf keer zo vaak, in een meta-analyse met elf miljoen mensen (PMID 39817495). Het sterkst bij dikkedarm- en leverkanker, waar de stijging al vanaf het tweede kwart zichtbaar is. Het gaat om een risicofactor en niet om een screeningstest voor leverkanker |
| Beroerte | Ongeveer een kwart vaker; genetisch onderzoek wijst hier in de richting van een oorzakelijk verband, al berust die methode op aannames die hier lastig te toetsen zijn (PMID 39387527) |
| Herseninfarct in het bijzonder | Ruim veertig procent vaker (PMID 39806288), al noemen de onderzoekers de bewijskracht voor al hun uitkomsten laag tot zeer laag |
| Het ontstaan van diabetes type 2 | Ongeveer een derde vaker in het hoogste derde deel tegenover het laagste (PMID 25263236), en die stijging verloopt niet rechtlijnig. Voor jouw praktijk is dit de uitkomst waar je zelf iets mee kan, want zij opent het venster waarin voeding, gewicht en beweging nog werken |
| Sterfte door alle oorzaken samen | Het hoogste derde deel tegenover het laagste: ongeveer zestig procent vaker, in een meta-analyse met ruim negen miljoen mensen (PMID 24585856). Het verband loopt hier wel rechtlijnig op, dus elke stap omhoog telt mee |
| Kwetsbaarheid bij mannen vanaf 65 jaar | In de bovenste helft duidelijk vaker dan in het laagste kwart, en het derde kwart ligt daarbij nog hoger dan het vierde, dus het verband loopt niet rechtlijnig op; hoeveel vaker precies staat in de bronregel. Bij vrouwen werd dat verband niet gezien. Dit is een momentopname en dus geen bewijs van oorzaak |
Een deel van de verklaring komt voort uit de taak die in sectie 2 beschreven staat. Het enzym breekt glutathion af, en bij dat proces komen zwavelhoudende afbraakproducten vrij die in aanwezigheid van ijzer en koper reactieve zuurstofdeeltjes kunnen vormen. Daar komt bij dat de cel meer van dit enzym aanmaakt wanneer de vraag naar zwavelhoudende bouwstenen stijgt, dus een hoge waarde is deels ook een antwoord op oxidatieve belasting in plaats van alleen een oorzaak ervan. In beide lezingen weerspiegelt een chronisch verhoogde waarde oxidatieve stress in het hele lichaam, en niet alleen in de lever. Dat maakt van deze bepaling minder een leverwaarde en meer een algemene belastingsmeter.
Voor de praktijk betekent dat het volgende: lees een licht verhoogde waarde bij iemand met overgewicht als een signaal over de stofwisseling en de oxidatieve belasting, en niet als een leverprobleem dat op zichzelf staat.
7. Aandachtspunten bij de interpretatie
De waarde slaat snel alarm. Zij stijgt bij vrijwel elke belasting, en zegt daardoor als losse uitslag weinig. Lees haar altijd samen met de alkalische fosfatase, de transaminasen en het bloedbeeld.
Vrouwen zitten lager. Een waarde van 45 is bij een man onopvallend en bij een vrouw verhoogd. Gebruik dus geslachtsspecifieke grenzen.
Overgewicht verhoogt de waarde. Dat is een belangrijke reden om niet automatisch aan alcohol te denken.
Bij een acute ontsteking blijft de waarde vlak. Anders dan het ontstekingseiwit CRP (C-reactief proteïne) beweegt deze bepaling niet mee met een acute ontsteking, en daarom is zij ongeschikt om een ontsteking te volgen.
Middelen tegen epilepsie geven een blijvend verhoogde uitgangswaarde. Schommelingen binnen twee tot vijf keer de bovengrens zeggen bij die cliënten weinig.
De waarde zit zelden in fibrosescores. De uitzondering is de verhouding tussen deze waarde en de bloedplaatjes, die bij hepatitis B in West-Afrika is onderzocht als alternatief (PMID 26109530). Voor het inschatten van littekenvorming gebruik je hier de FIB-4-index, de fibrosescore die leeftijd, twee leverenzymen en de bloedplaatjes combineert.
8. Stappenplan bij een verhoogde waarde
De volgorde hieronder volgt uit hoe vaak elke oorzaak voorkomt, en niet uit hoe ernstig zij is. Daardoor heb je de meeste verhogingen al na de eerste twee stappen verklaard, zonder aanvullend onderzoek.
| Stap | Wat je doet |
|---|---|
| 1 | Loop de geneesmiddelen na: middelen tegen epilepsie, cholesterolverlagers, hormonale anticonceptie. Verklaart dat het beeld en blijft de waarde onder drie keer de bovengrens, dan volstaat opvolgen |
| 2 | Vraag het alcoholgebruik uit met een korte vragenlijst. Is er een vermoeden, bespreek dan met je cliënt of koolhydraatarm transferrine of fosfatidylethanol zinvol is, en vraag die aan of laat ze aanvragen, afhankelijk van wat in jouw praktijk kan. Blijkt er een alcoholprobleem, verwijs dan naar de verslavingszorg en houd je eigen traject bij de stofwisseling |
| 3 | Leg de rest van het leverpakket ernaast: alkalische fosfatase, de beide transaminasen, bilirubine en de bloedplaatjes. Bereken de FIB-4-index |
| 4 | Stem af over een echografie van de lever en de galwegen bij een aanhoudend verhoogde waarde |
| 5 | Loop het stofwisselingsprofiel na: buikomvang, de langetermijnsuikerwaarde HbA1c, lipiden en bloeddruk. Dit is bij de meeste cliënten de eigenlijke verklaring |
| 6 | Blijft de waarde onverklaard verhoogd, vraag dan ferritine aan samen met de transferrinesaturatie, de mate waarin het ijzertransporteiwit met ijzer beladen is, want ferritine alleen kan ijzerstapeling niet aantonen, en stem af over auto-immuunmarkers voor de auto-immuunziekten van lever en galwegen. Bij meer dan drie keer de bovengrens of een verdere stijging verwijs je door naar de maag-, darm- en leverarts |
9. Groepen met een eigen aanpak
Bij de groepen hieronder betekent dezelfde uitslag iets anders dan bij een doorsnee volwassene. Lees de waarde daar samen met het aandachtspunt ernaast, en vergelijk haar niet met de gewone bovengrens.
| Groep | Aandachtspunt |
|---|---|
| Pasgeborenen | Fysiologisch hoog; normaliseert binnen een half jaar |
| Kinderen | Lagere bovengrens. Bij een vermoeden van een afgesloten galweg is deze waarde een van de bruikbare tests, naast direct bilirubine en beeldvorming |
| Zwangerschap | Licht gedaald in het tweede en derde trimester. Een sterke stijging past bij galstuwing tijdens de zwangerschap en verdient aandacht |
| Oudere mannen | Stijgt fysiologisch; in één momentopname ging een waarde boven ongeveer 26 eenheden per liter, dus ruim onder de labgrens van 55, samen met meer kwetsbaarheid, wat een aanwijzing is en geen vaststelling |
| Mensen met het metabool syndroom | Vaak verhoogd zonder verdere leverafwijking; loop dan het hele cardiometabole pakket na |
10. Wat je hiermee doet bij je cliënt
Begin bij de geneesmiddelen en bij de buikomvang, en pas daarna bij alcohol. Die volgorde volgt uit hoe vaak elke oorzaak voorkomt, en zij voorkomt dat je iemand ten onrechte op drinken aanspreekt.
Lees een licht verhoogde waarde bij iemand met overgewicht als wat zij meestal is: een vroeg signaal van leververvetting en oxidatieve belasting. Dat is precies het terrein waarop jouw werk aangrijpt: in de praktijk zie je deze waarde vaak binnen weken tot maanden zakken wanneer voeding, gewicht, beweging en alcoholgebruik veranderen. Plan een controle dan ook na zes tot twaalf weken, niet eerder.
Zie je een waarde boven drie keer de bovengrens zonder verklaring uit geneesmiddelen, alcohol of stofwisseling, laat het daar dan niet bij. Bereken de FIB-4-index, en stem af over verder onderzoek.
En bij een oudere man met een waarde in de bovenste helft zonder leverziekte, wat in het Koreaanse onderzoek hierachter neerkwam op ongeveer 26 eenheden per liter: lees dat als een aanwijzing over algemene belastbaarheid. Voeding, eiwitinname en krachttraining zijn daar de aangrijpingspunten.
11. Kernbronnen
Research-local pipeline, uitgevoerd op 25 april 2026. Eerste set van 64 artikelen in de map gamma-glutamyl-transferase-ggt-clinical-interpretation-norma_20260425-0940, aanvullende set van 99 artikelen over de alcoholmarkers in de map gamma-glutamyl-transferase-ggt-phosphatidyl-ethanol-peth-alc_20260425-1508. De cijfers over de alcoholmarkers komen uit een overzichtsartikel uit 2025, uit de interpretatierichtlijn voor fosfatidylethanol en uit een vergelijkende review uit 2000. Citatieaantallen zijn een momentopname van 25 april 2026.
| PMID | Titel en cijfers | Jaar | Citaties |
|---|---|---|---|
| 30614883 | Leverenzymen en sterfte aan hart- en vaatziekten, meta-analyse met ruim een miljoen mensen; hoogste tegenover laagste HR 1,62 (95%-BI 1,47-1,78) | 2019 | 67 |
| 39817495 | GGT en kanker in het spijsverteringsstelsel, meta-analyse met 11 miljoen mensen; hoogste tegenover laagste kwart HR 1,69 (95%-BI 1,41-2,02), derde kwart 1,22, tweede kwart 1,10 | 2025 | 23 |
| 39387527 | Leverenzymen en beroerte, 17 prospectieve studies plus mendeliaanse randomisatie; RR 1,23 (95%-BI 1,16-1,31) | 2024 | 10 |
| 26109530 | De verhouding tussen GGT en bloedplaatjes bij hepatitis B in West-Afrika; voorspelt daar fibrose en cirrose | 2016 | N/A |
| 22698421 | Meta-analyse van negen prospectieve cohorten, 47.499 deelnemers en 5.009 gevallen van metabool syndroom; hoogste tegenover laagste categorie RR 1,63 (95%-BI 1,43-1,82), en per 5 eenheden per liter RR 1,09 (1,06-1,13), onafhankelijk van alcoholgebruik; de eerste bron onder de alinea over de stofwisseling in sectie 4 | 2012 | N/A |
| 25363194 | Dosis-responsmeta-analyse van tien prospectieve cohorten, 67.905 deelnemers en 6.595 nieuwe gevallen van metabool syndroom; hoogste tegenover laagste derde deel RR 1,88 (95%-BI 1,49-2,38); in de deelanalyse van zeven van die tien studies liep het verband niet rechtlijnig (p voor niet-lineariteit 0,003); de tweede bron onder de alinea over de stofwisseling in sectie 4 | 2015 | N/A |
| 25263236 | Systematisch overzicht met dosis-responsmeta-analyse over GGT en het ontstaan van diabetes type 2, 24 cohorten met 177.307 deelnemers; hoogste tegenover laagste derde deel RR 1,34 (1,27-1,42), met een niet-rechtlijnig verband bij mannen en vrouwen | 2014 | N/A |
| 39806288 | Leverenzymen en herseninfarct, meta-analyse; RR 1,43 (95%-BI 1,30-1,57) | 2025 | 1 |
| 40726312 | GGT en kwetsbaarheid bij oudere mannen in een Koreaanse bevolkingsenquête; de analyse rust op 1.124 mannen binnen een cohort van 2.526 deelnemers, met de bovenste helft vanaf 26 eenheden per liter. Hoogste tegenover laagste kwart OR 2,08 en 1,36 per standaardstap, maar het derde kwart lag met 2,69 nog hoger, dus het verband loopt niet rechtlijnig op. Met 225 kwetsbare mannen op 1.124, dus ongeveer een op de vijf, overdrijft een odds ratio hier het werkelijke verschil. Dwarsdoorsnede, dus geen oorzakelijk verband | 2025 | 3 |
| 40820390 | GGT en het metabool syndroom bij adolescenten, n=696; per 5 U/L hoger OR 1,28 (95%-BI 1,12-1,46), verzwakt na correctie voor het andere leverenzym; dwarsdoorsnede, dus geen oorzakelijk verband; de derde bron onder de alinea over de stofwisseling in sectie 4 | 2025 | 1 |
| 30005144 | Interpretatierichtlijn voor fosfatidylethanol, met de afkapwaarden onder 20, 20 tot 199 en boven 200 ng/mL | 2018 | 188 |
| 40711388 | Overzicht van de beschikbare markers voor overmatig alcoholgebruik; bron voor de drie op de vier bij meer dan 60 gram per dag gedurende vijf weken, voor de normalisatietijd van koolhydraatarm transferrine van twee tot drie weken, en voor de conclusie dat geen enkele bepaling op zichzelf volstaat | 2025 | 1 |
| 29807559 | Alcoholbiomarkers in de klinische en forensische praktijk; bron voor de beoordeling van fosfatidylethanol en voor het gemiddeld celvolume in sectie 5 | 2018 | 181 |
| 11106319 | Systematische review met meta-analyse over 110 studies: koolhydraatarm transferrine presteerde in gepaarde studies niet duidelijk beter dan GGT voor het opsporen van overmatig alcoholgebruik | 2000 | N/A |
| 41692366 | Overzicht van de rol van GGT in het lichaam: het enzym knipt glutamaat van glutathion af, waarna het restant vlak buiten de cel wordt gesplitst, en de hoofdrol is het op peil houden van cysteïne. Het artikel verwerpt de gamma-glutamylcyclus, de transportketen die sinds de jaren zeventig in leerboeken staat: onder normale omstandigheden splitst het enzym, het transporteert niet | 2026 | N/A |
| 41337648 | U-vormig verband tussen GGT en hoge bloeddruk in een grote Chinese momentopname bij een gezondheidscontrole, n=303.431; het hoogste kwart tegenover het laagste OR 2,42 (95%-BI 2,34-2,50), met de laagste kans tussen ongeveer 15 en 25 eenheden per liter. Hoe vaak hoge bloeddruk in dit cohort voorkwam staat niet in het abstract, waardoor niet na te rekenen is hoe sterk een odds ratio het werkelijke verschil hier overdrijft | 2025 | N/A |
| 28988219 | Leverenzymen en kwetsbaarheid bij ouderen | 2018 | 15 |
| 38822892 | Diagnostische tests bij een afgesloten galweg op kinderleeftijd | 2024 | 13 |
| 41852231 | Terbinafine met een op zichzelf staande stijging van de alkalische fosfatase terwijl GGT normaal bleef | 2026 | 1 |
| 11117773 | Leverwaarden bij vrouwen in het kraambed, n=94; achtergrond bij de zwangerschapsrij en niet bij de pasgeborenen | 2000 | 38 |
| 33565284 | Referentiewaarden voor vijftien bloedwaarden bij kinderen, met leeftijdsafhankelijke curves; de bron onder de rijen over pasgeborenen en over kinderen in sectie 3 | 2021 | N/A |
| 24585856 | Systematische review en meta-analyse van 19 cohorten, ruim 9,24 miljoen deelnemers en 242.953 sterfgevallen; hoogste tegenover laagste derde deel RR 1,60 (95%-BI 1,42-1,80) voor sterfte door alle oorzaken, met een rechtlijnig verband en RR 1,07 (1,04-1,10) per 5 eenheden per liter | 2014 | N/A |