Onderdeel van Health Cockpit, praktijkmanagement voor moderne gezondheidsondernemers. Ontdek het platform →

← Alle Lab markers-artikelen

Health Cockpit Research

Dit artikel komt uit de research-bibliotheek van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.

HOMA-IR en HOMA2: Klinische Interpretatie

1. Insulineresistentie meten zonder ziekenhuis

Insulineresistentie is een toestand waarin de cellen minder goed op insuline reageren, waardoor de alvleesklier er meer van moet maken om dezelfde glucose in bedwang te houden. Dat proces gaat jaren aan diabetes vooraf, en juist in die jaren valt er nog het meeste aan te doen.

Het probleem is dat je het niet rechtstreeks kan meten. De gouden standaard is een klemtest, waarbij insuline in een vast tempo wordt toegediend en de hoeveelheid glucose die erbij moet om het bloedsuiker stabiel te houden de maat is voor de gevoeligheid. Dat vraagt enkele uren bewaking in een onderzoeksomgeving, en is dus onbruikbaar in de dagelijkse praktijk.

HOMA is de rekenkundige omweg daaromheen. De naam staat voor Homeostasis Model Assessment, vrij vertaald een modelmatige beoordeling van het evenwicht, en het model schat uit twee nuchtere waarden, glucose en insuline, hoeveel insulineresistentie er is. In de vergelijking met de klemtest kwam die schatting sterk overeen met de gemeten gevoeligheid, en even goed bij mannen als bij vrouwen, jong als oud en met als zonder overgewicht (PMID 10857969). Dat gold in die studie ook voor de deelnemers met diabetes, al beperken de onderzoekers hun conclusie tot grootschalig en epidemiologisch onderzoek waarin alleen een nuchtere bloedafname beschikbaar is. Voor één persoon met langer bestaande diabetes type 2 zegt zo’n groepsuitkomst dus niets, en daar loopt het model om een eigen reden mis; sectie 6 legt uit welke. Dit artikel legt uit waarop die schatting berust, waar de grenswaarden vandaan komen en waarom ze per bevolkingsgroep verschillen, en vooral in welke situaties het model niet opgaat. Dat laatste weegt zwaarder dan het getal zelf: bij gevorderde diabetes type 2 kan de uitkomst dalen terwijl de resistentie juist toeneemt.

2. Het idee achter het model

Glucose en insuline houden elkaar in evenwicht. Stijgt de glucose, dan maakt de alvleesklier insuline om hem omlaag te brengen. Reageren de cellen slecht op die insuline, dan is er meer van nodig om dezelfde glucose te bereiken.

Waar het om draait is de prijs in insuline die betaald wordt voor de glucose die je meet. Op een uitslagblad met alleen glucose blijft die prijs onzichtbaar. Iemand met een keurig nuchtere glucose van 5,0 die daarvoor een hoge insulinespiegel nodig heeft, is resistent. Dezelfde glucose bij een lage insuline is gewoon gezond. Die twee kan je op een uitslagblad met alleen glucose erop niet uit elkaar houden, en dat is precies waarom deze berekening bestaat.

Het model zet dat om in één getal. De klassieke vorm, HOMA-IR, waarin de IR staat voor insulineresistentie, is eenvoudig genoeg om op papier te doen: vermenigvuldig de nuchtere glucose in millimol per liter met de nuchtere insuline in micro-eenheden per milliliter, en deel door 22,5. Werk je met Amerikaanse eenheden, waarbij glucose in milligram per deciliter staat, deel dan door 405. Hoe hoger de uitkomst, hoe meer insulineresistentie.

3. Het verfijnde model

De oorspronkelijke formule uit 1985 gaat uit van een rechtlijnig verband tussen glucose en insuline. In werkelijkheid verloopt dat verband gebogen, en bovendien verschilt de insulinegevoeligheid van de lever van die van de spieren en het vetweefsel.

Daarom bestaat er een tweede versie, HOMA2, die dat gebogen verloop wel nabootst. Zij vraagt een rekenhulp van de universiteit van Oxford en levert drie uitkomsten: de insulinegevoeligheid uitgedrukt in een percentage, de functie van de insulineproducerende cellen, en de resistentie zelf. Een insulinegevoeligheid onder de 50 procent geldt in de gangbare leerboeken als verlaagd.

In onderzoek gaat de voorkeur uit naar dat verfijnde model. In de dagelijkse praktijk wordt de klassieke formule vaker gebruikt, simpelweg omdat je haar in je hoofd kan uitrekenen. Wil je iemand over langere tijd volgen, dan is het verfijnde model de stabielere keuze.

4. Grenswaarden per bevolkingsgroep

Een wereldwijde richtlijn met één vaste grens ontbreekt, en daar is een reden voor: insulinespiegels verschillen per bevolkingsgroep en per laboratoriummethode. De waarden hieronder komen uit leerboeken en uit onderzoek in specifieke groepen, en zij gelden als oriëntatie. Voor de algemene volwassen bevolking bestaat er wel een gepubliceerde afleiding, uit een Spaans bevolkingsonderzoek (PMID 24131857); de grens voor adolescenten, 3,16 en in de praktijk afgerond op 3,2, gaat terug op het werk van Keskin uit 2005, bij 57 jongeren met obesitas (PMID 15741351). Een later overzicht van zes studies met ruim achtduizend kinderen vond grenzen tussen 2,30 en 3,59 en neemt als uitgangspunt dat er geen consensus over één grens bestaat (PMID 31522316).

Die grenzen zijn afgeleid tegen het metabool syndroom, de combinatie van buikomvang, bloeddruk, bloedvetten en glucose, terwijl Keskin tegen een suikerbelastingstest ijkte. Die twee uitkomsten beantwoorden dus een andere vraag en laten zich niet naast elkaar leggen. Wat ze samen wel laten zien is dat er voor deze leeftijdsgroep geen vast afkappunt bestaat. Lees 3,2 daarom als oriëntatie uit één kleine studie en niet als grens.

GroepGangbare grens voor de klassieke berekening
Volwassenen in Nederland en VlaanderenBoven 2,0 tot 2,5
Klassieke Europese referentieBoven 2,5 tot 2,7. Dit is een leerboekconventie; de enige Europese afleiding die hierboven wordt aangehaald kwam op 2,05 uit zodra zij tegen het metabool syndroom ijkte, en op 3,46 zodra zij simpelweg de bovenste tien procent van de bevolking als grens nam
Aziatische bevolkingsgroepenBoven 1,4 tot 1,7
Latijns-Amerikaanse bevolkingsgroepenBoven 3,5
Adolescenten in de puberteitBoven 3,16, in de praktijk afgerond op ongeveer 3,2, sterk afhankelijk van het puberteitsstadium. Dit is oriëntatie uit één kleine studie en geen vastgelegd afkappunt
Bij leververvetting of bij polycysteus ovariumsyndroomBoven 2,5 als werkafspraak

Die spreiding heeft een praktisch gevolg. De verdeling van de uitslagen in het laboratorium dat de bepaling deed, of grenzen die in de eigen bevolkingsgroep gevalideerd zijn, zeggen meer dan een getal uit een leerboek. En omdat insulinebepalingen tussen laboratoria onderling verschillen, is het vergelijken van een uitslag van het ene labo met die van het andere onbetrouwbaar. Volg iemand dus bij voorkeur bij hetzelfde labo.

Een tweede gevolg is dat de uitkomst nooit alleen gelezen hoort te worden. Leg haar naast de buikomvang, het lipidenprofiel, de bloeddruk en het klinisch beeld, waaronder de donkere huidverkleuring in de hals en de oksels die bij uitgesproken insulineresistentie kan optreden.

5. Voorwaarden voor een bruikbare uitslag

De vijf voorwaarden hieronder maken of breken de uitkomst. Is er aan één ervan niet voldaan, dan meet de berekening niet wat je wil weten, en is het getal onbruikbaar voor die vraag in plaats van alleen wat minder nauwkeurig.

VoorwaardeWaarom
Nuchter geprikt, minstens acht en bij voorkeur tien tot twaalf uurNa een maaltijd staan glucose en insuline allebei in beweging en klopt de rekensom niet meer
Geen insuline van buitenafBij wie insuline spuit, meet de bepaling afhankelijk van de methode ook een deel van de toegediende insuline, en het model gaat bovendien uit van een terugkoppeling die daar verstoord is
De insulineproductie moet nog intact zijnBij een uitgeputte alvleesklier zakt de insuline en daalt de uitkomst, terwijl de resistentie juist toeneemt
Geen acute ziekte of hevige stressStresshormonen tillen de glucose op én verlagen tijdelijk de insulinegevoeligheid, dus de uitkomst weerspiegelt dan een voorbijgaande toestand
Geen ontregeling van de suikerhuishoudingBij een acute ontsporing is het model onbruikbaar

6. Grenzen van het model

Het model gaat ervan uit dat de alvleesklier antwoordt op de glucose. Zolang dat zo is, klopt de redenering: veel insuline bij een gegeven glucose betekent resistentie.

Bij diabetes type 1 gaat die aanname niet op, want daar wordt nauwelijks eigen insuline gemaakt. De uitkomst is dan laag, terwijl er over insulineresistentie niets gezegd is. Voor die groep bestaat een andere schatting, berekend uit de langetermijnsuikerwaarde HbA1c, de verhouding tussen taille en heup, en de aanwezigheid van hoge bloeddruk (PMID 10871201). Is er nog eigen insulineproductie over, dan blijft het verfijnde model beperkt bruikbaar, want de rekenhulp aanvaardt ook C-peptide, een stof die het lichaam samen met de eigen insuline aanmaakt.

Bij gevorderde diabetes type 2 werkt dat anders. Daar raken de insulineproducerende cellen na jaren uitgeput. De insulinespiegel zakt, en de berekende waarde kan dan meezakken, terwijl de werkelijke resistentie juist is toegenomen. Een dalende uitkomst ziet er dan uit als vooruitgang en betekent het tegendeel. Dit is de reden dat deze waarde bij iemand met langer bestaande diabetes type 2 met omzichtigheid gelezen hoort te worden, en nooit als maat voor behandelsucces.

Hetzelfde geldt in mildere vorm bij chronisch hoge glucosewaarden, die de insulineproductie afremmen, en bij ondervoeding of anorexia, waar een lage insuline de resistentie te gunstig doet lijken.

7. Maten naast en in plaats van deze berekening

Een insulinebepaling is niet overal standaard, en soms wil je een indruk zonder extra prik. De tabel hieronder zet de twee HOMA-varianten naast vier andere maten, en noemt per maat wat zij oplevert en wat zij kost: drie van de zes vragen een insulinebepaling, de andere drie komen toe met waarden die toch al op de bon staan, al heeft de laatste daarnaast lengte en gewicht nodig.

MaatWat je eraan hebtWaar hij tekortschiet
De klassieke HOMA-berekeningInternationaal vergelijkbaar en eenvoudigVraagt een insulinebepaling en gaat niet op bij insulinegebruik
Het verfijnde HOMA2-modelSluit beter aan bij wat het lichaam doet; stabieler om te volgenVraagt een rekenhulp en wordt zelden gerapporteerd
Verhouding tussen triglyceriden en het HDL-cholesterol, de zogenoemde goede cholesterolfractieKost niets extra en staat al op de bonZij verschilt sterk per bevolkingsgroep, wijst bij vrouwen van Afrikaanse afkomst geen insulineresistentie aan (PMID 20715971), en haar grenswaarden hangen af van de eenheid waarin je rekent; zie het eigen artikel
De TyG-index, een maat die triglyceriden en glucose combineertGeen insulinebepaling nodig; onderzocht als voorspeller bij gevorderde leverkankerGevoelig voor de laatste maaltijd, en er bestaat verwarring over de eenheden
Matsuda-indexGevalideerd tegen de klemtestVraagt een glucosetolerantietest met insulinemetingen op meerdere momenten
Samengestelde metabole scoreCombineert glucose, vetten en lichaamsmatenKomt maar matig overeen met de HOMA-berekening en vervangt die dus niet

Voor de dagelijkse praktijk is de verhouding tussen triglyceriden en HDL-cholesterol de nuttigste van dit rijtje, omdat zij op elke lipidenbon al staat. Zij vertelt je vooral of het de moeite loont een insulinebepaling aan te vragen, en zij komt niet in de plaats daarvan.

8. Waar deze berekening in de praktijk voor gebruikt wordt

Bij het polycysteus ovariumsyndroom hoort insulineresistentie tot het onderliggende mechanisme, en de berekening ondersteunt daar zowel het inschatten als het volgen. Bij leververvetting raakt zij het mechanisme achter de aandoening zelf, en zij gaat samen met voortschrijdende littekenvorming in de lever. De gebruikelijke eerste maat daarvoor is de FIB-4-index, een score die uit gewone bloedwaarden wordt berekend.

Bij jongeren met overgewicht dient de berekening om insulineresistentie vroeg op te sporen, met de kanttekening dat de grenzen daar van het puberteitsstadium afhangen. En bij mensen die glucocorticoïden gebruiken, waarbij insulineresistentie een bekend gevolg is, helpt zij het metabole risico in te schatten. Dat laatste is een redenering vanuit het mechanisme: geen van de bronnen in dit dossier heeft die combinatie gemeten.

In al die toepassingen geldt dezelfde beperking: de Nederlandse huisartsenstandaard en de Europese diabetesvereniging noemen geen formele grenswaarde. Deze berekening is een hulpmiddel om te begrijpen wat er speelt, en geen criterium waarmee een diagnose gesteld wordt.

9. Stappenplan

UitkomstHoe je het leestWat er volgt
Onder 2,0, gerekend met de grens voor Nederland en Vlaanderen uit sectie 4Laag tot normaalGeen aanvullend onderzoek nodig op grond van deze waarde alleen
2,0 tot 2,5Grijze zoneLeg het naast buikomvang, lipiden en bloeddruk. Herhaal na drie tot zes maanden
Boven 2,5, gerekend met de grens voor Nederland en Vlaanderen uit sectie 4Verdenking op insulineresistentieLeefstijltraject inzetten, en de uitkomst na drie tot zes maanden herhalen om het effect te zien

Voorwaarde bij alle drie: nuchter geprikt, geen acute ziekte, geen insulinegebruik, en geen langer bestaande diabetes type 2. Bij die laatste groep kan een dalende uitkomst een uitputtende alvleesklier weerspiegelen in plaats van vooruitgang, zoals hierboven beschreven, en dan is zij ongeschikt als maat voor het effect van je traject. Wil je het scherper weten, gebruik dan de rekenhulp voor het verfijnde model. Gaat het om iemand met diabetes type 1, of met diabetes type 2 die insuline gebruikt, laat deze berekening dan los.

Lees de uitslag ten slotte samen met de langetermijnsuikerwaarde HbA1c, het geglyceerde hemoglobine. Die twee vertellen een ander deel van hetzelfde verhaal: de HbA1c laat zien wat de glucose de afgelopen maanden deed, en deze berekening laat zien tegen welke prijs in insuline dat gebeurde. Een normale HbA1c bij een hoge insulineresistentie is het klassieke vroege beeld, en precies de fase waarin leefstijl het meest oplevert.

10. Groepen met een eigen aanpak

In de groepen hieronder betekent dezelfde uitkomst iets anders dan bij een doorsnee volwassene, meestal omdat de insulineproductie of de grenswaarde afwijkt. Lees de uitslag daar altijd samen met het aandachtspunt ernaast.

GroepAandachtspunt
Kinderen en adolescentenDe grenzen hangen af van het puberteitsstadium. Er bestaan drie eenvoudige rekenmaten die bij adolescenten onderzocht zijn: QUICKI (een snelle controle van de insulinegevoeligheid), de maat van McAuley, en SPISE (een eenvoudige schatting van diezelfde gevoeligheid). Alle drie zijn naar alle waarschijnlijkheid tegen de HOMA-uitkomst zelf getoetst, en de QUICKI-maat is er zelfs rekenkundig uit af te leiden, dus zij vervangen die uitkomst niet
Polycysteus ovariumsyndroomOndersteunt het beeld; combineer met lichaamsmaten
LeververvettingRaakt het mechanisme; gebruik de FIB-4-index voor de littekenvorming
Diabetes type 1De berekening geldt hier niet; gebruik de schatting uit HbA1c, de verhouding tussen taille en heup, en de bloeddruk, die voor deze groep is afgeleid
Langer bestaande diabetes type 2De uitkomst onderschat de werkelijke resistentie naarmate de eigen insulineproductie afneemt
ZwangerschapDe waarde verschilt sterk per trimester en is dus lastig te vergelijken. Dit is een praktijkregel en geen richtlijnuitspraak
Gebruik van glucocorticoïdenInsulineresistentie is een bekend gevolg; de berekening helpt het risico inschatten. De bronnen in dit dossier meten die combinatie niet, dus dit is een redenering vanuit het mechanisme
Behandeling met metformine of moderne diabetesmedicatieDe uitkomst daalt wanneer de behandeling aanslaat, mits de insulineproductie intact is. De bronnen in dit dossier meten dat verloop niet, dus dit is een redenering vanuit het mechanisme

11. Wat je hiermee doet bij je cliënt

Vraag de nuchtere insuline aan, of laat die aanvragen afhankelijk van wat in jouw praktijk kan, wanneer je aan insulineresistentie denkt: bij polycysteus ovariumsyndroom, bij leververvetting, bij gewichtstoename rond de buik, bij de donkere huidplooien in hals en oksels, en bij vermoeidheid met een metabool risicoprofiel. De glucose alleen vertelt maar de helft van het verhaal.

Reken de uitkomst zelf uit, want laboratoria in Nederland en Vlaanderen rapporteren haar zelden automatisch. Twee getallen, een vermenigvuldiging en een deling volstaan.

Zet het resultaat naast de verhouding tussen triglyceriden en HDL-cholesterol en naast de HbA1c. Die drie samen laten zien of de suikerhuishouding onder druk staat, ruim voordat de glucose zelf afwijkt. Dat is het venster waarin jouw werk aan voeding, beweging, slaap en gewicht het verschil maakt.

Herhaal na drie tot zes maanden bij hetzelfde laboratorium om het effect van je traject te zien. Ziet je cliënt een dalende waarde terwijl er verder niets verbeterde, en gaat het om iemand met langer bestaande diabetes type 2, wees dan behoedzaam: dan kan die daling een uitputtende alvleesklier weerspiegelen in plaats van vooruitgang. Stem in dat geval af met wie de diabetesbehandeling van je cliënt voorschrijft.

12. Kernbronnen

Research-local pipeline, uitgevoerd op 25 april 2026. Eerste set van 20 artikelen in de map homa-ir-homa2-calculation-cut-offs-validation-insulin-resist_20260425-1112, aanvullende set van 63 artikelen met de oorspronkelijke validatie in de map homa-ir-homa2-original-matthews-1985-levy-1998-calculation-i_20260425-1458. De oorspronkelijke formule komt uit Matthews en collega’s, Diabetologia 1985. Citatieaantallen zijn een momentopname van 25 april 2026.

PMIDTitel en cijfersJaarCitaties
3899825De oorspronkelijke publicatie van Matthews en collega’s uit 1985, waarin de klassieke formule werd afgeleid1985N/A
9839117De publicatie waarin het verfijnde computermodel HOMA2 werd vastgelegd1998N/A
24131857Afleiding van grenswaarden in een Spaanse algemene volwassen bevolking, met het effect van geslacht en leeftijd2013N/A
15741351De afleiding van de grenswaarde bij kinderen en adolescenten; die studie vond de HOMA-berekening betrouwbaarder dan twee andere rekenwijzen op dezelfde waarden2005N/A
31522316Systematisch overzicht met meta-analyse over grenswaarden bij kinderen en adolescenten, zes studies met 8.732 deelnemers; de gevonden grenzen lopen van 2,30 tot 3,59 en de auteurs stellen vast dat er geen consensus is2019N/A
10871201De afleiding van de schatting voor diabetes type 1 uit klinische factoren2000N/A
15161807Gebruik en misbruik van het HOMA-model, met validatie en gebruiksregels; de primaire bron van dit artikel20045.093
10857969De vergelijking van de HOMA-berekening met de klemtest bij 115 mensen met uiteenlopende glucosetolerantie en insulinegevoeligheid; de twee kwamen sterk overeen, en even goed bij mannen als vrouwen, jonger als ouder dan vijftig, met als zonder overgewicht en met als zonder diabetes; de auteurs beperken hun conclusie tot grootschalig en epidemiologisch onderzoek waarin alleen een nuchtere bloedafname beschikbaar is; de onderbouwing onder sectie 12000N/A
41840032Insulineresistentie voorspellen met een draagbare meter plus bloedwaarden; hoofdcohort n=1.165, met ongeveer drie op de vier terecht aangewezen en ruim acht op de tien terecht met rust gelaten; validatiecohort n=72. Voorspelt de HOMA-uitkomst en vervangt die niet20261
41606751Samengestelde metabole score tegenover de HOMA-berekening bij volwassenen zonder diabetes, n=102; bij de 51 deelnemers met diabetes type 2 in de familie was de overeenstemming matig (kappa 0,490), bij de 36 met een eerstegraads familielid hoger (kappa 0,649). De auteurs besluiten dat de score de HOMA-berekening niet vervangt2025N/A
41996378Alternatieve maten bij adolescenten, n=981; drie eenvoudige rekenmaten haalden elk hun eigen grenswaarde, en bij alle drie wijst een uitkomst ónder die grens op insulineresistentie, dus omgekeerd aan de HOMA-berekening: 0,316 voor de QUICKI-maat uit nuchtere glucose en insuline, 5,794 voor die van McAuley uit nuchtere insuline en triglyceriden, en 7,8 voor de SPISE-maat uit triglyceriden, HDL-cholesterol en de lichaamsmassa-index, dus als enige zonder insulinebepaling. Die grens van 7,8 komt uit dit Spaanse adolescentencohort en is geijkt tegen de HOMA-uitkomst; de oorspronkelijke afleiding van die maat kwam bij witte adolescenten en volwassenen op 6,61 uit. Een vierde maat, de verhouding tussen glucose en insuline, voorspelde er slecht. Het abstract noemt de eerste drie getallen in een andere volgorde dan de maten; de toewijzing hier volgt de grootteorde die bij elke maat hoort. De maat van McAuley komt in deze studie dichter bij de HOMA-uitkomst dan de SPISE-maat, maar dat zegt weinig: hij gebruikt dezelfde nuchtere insuline die ook in die uitkomst zit. De perfecte uitkomst voor QUICKI wijst erop dat alle drie tegen de HOMA-uitkomst zelf zijn getoetst: die maat is een rekenkundige herschrijving van dezelfde twee nuchtere waarden en kan met de HOMA-uitkomst dus niet van mening verschillen2026N/A
41937148Zeven vervangende maten vergeleken in een Chinees cohort van 45-plussers; toetste een latere variant van diezelfde schatting, waarin de buikomvang de verhouding tussen taille en heup vervangt, met een grens van 7,64 in die algemene bevolking, en dus niet specifiek bij diabetes type 12026N/A
41669245Lichaamsmaten en glucoseregulatie bij polycysteus ovariumsyndroom20251
41629107De HOMA-berekening bij obesitas op kinderleeftijd, in verband met de botleeftijd2026N/A
41551834Commentaarartikel over de TyG-index als prognostische marker bij gevorderde leverkanker; een bespreking van andermans onderzoek en geen eigen studie2026N/A
41719085De TyG-index, de taille-lengteverhouding en de lichaamsmassa-index bij mensen met bijnierschorsinsufficiëntie op hormoonvervanging; de HOMA-berekening komt er niet in voor onder glucocorticoïden2026N/A
41672093De verhouding tussen urinezuur en HDL-cholesterol bij gezonde mannen met een normale glucose2026N/A
41554550Gerandomiseerde studie: insulineresistentie en de reactie op twee plaatjesremmers na een beroerte2026N/A
41837136De leververvettingsindex vroeg in de zwangerschap voorspelt zwangerschapsdiabetes2026N/A
41984566Vetstofwisselingsindexen bij schizofrenie met metabool syndroom2026N/A
30595373Mitochondriale varianten en metabole kenmerken2019161
20715971Amerikaans bevolkingsonderzoek onder 1.903 deelnemers van Afrikaanse afkomst; bij de 1.008 vrouwen kon de verhouding tussen triglyceriden en HDL-cholesterol insulineresistentie niet aanwijzen, bij de mannen moest de grens van 2,0 omhoog naar 2,52010N/A

De tabel hierboven geeft de bronnen waarop dit artikel rust. Een deel van de regels wordt in de lopende tekst met een nummer aangehaald. Enkele andere dragen het artikel zonder dat er een nummer bij staat: de oorspronkelijke publicatie uit 1985, de vastlegging van het verfijnde model uit 1998, het overzichtsartikel over gebruik en misbruik, en in de tabellen van sectie 7 en 10 de samengestelde metabole score, de alternatieve maten bij adolescenten en de TyG-index bij gevorderde leverkanker. De overige regels dragen geen uitspraak in de lopende tekst. Een deel gaat over toepassingsgebieden die hier niet apart worden besproken, zoals beroerte, schizofrenie en mitochondriale varianten. Een ander deel raakt onderwerpen die hier wél aan bod komen, zoals polycysteus ovariumsyndroom, obesitas op kinderleeftijd en zwangerschap, maar levert daarvoor geen cijfer dat in de tekst wordt gebruikt. Datzelfde geldt voor drie regels over vervangende maten die de tabel in sectie 7 niet haalden: de draagbare meter, de verhouding tussen urinezuur en HDL-cholesterol, en de vergelijking van zeven maten in een Chinees cohort. De studie bij bijnierschorsinsufficiëntie is de uitzondering: zij is de enige bron die glucocorticoïden behandelt, en zij gebruikt daarvoor de TyG-index in plaats van de HOMA-berekening. Dat is de reden dat de uitspraak in sectie 8 en 10 als redenering vanuit het mechanisme staat. Dezelfde reden geldt voor de rij over metformine en moderne diabetesmedicatie in sectie 10: geen van deze bronnen volgt de HOMA-uitkomst tijdens een behandeling. De grenzen voor Nederland en Vlaanderen, de klassieke Europese referentie, de grens voor de insulinegevoeligheid van het verfijnde model, de grenzen voor Aziatische en Latijns-Amerikaanse bevolkingsgroepen en de werkafspraak bij leververvetting en polycysteus ovariumsyndroom komen uit leerboeken en staan niet in deze sets; hetzelfde geldt voor de Nederlandse huisartsenstandaard en de Europese diabetesvereniging.

Health Cockpit

Wil je dit toepassen in je eigen praktijk?

Health Cockpit is alles-in-één praktijkmanagement voor moderne gezondheidsondernemers. Bij elk patiëntdossier krijg je dezelfde research-kennis die op deze site staat direct in context bij je labwaardes, DNA-analyse en interventies. Alles op één scherm, in één dossier.

Bekijk Health Cockpit →