Dit artikel komt uit de research-bibliotheek van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.
Homocysteïne: Klinische Interpretatie
1. Wat homocysteïne is en doet
Homocysteïne is een zwavelhoudend aminozuur dat ontstaat in de methylatiecyclus, de stofwisseling die methylgroepen rondbrengt. Het functioneert als kruispunt in plaats van als bouwsteen voor eiwitten: het lichaam kan homocysteïne óf terug omzetten naar methionine (remethylering), óf afvoeren via de transsulfuratieroute naar cysteïne en glutathion.
Homocysteïne is daarmee een indirecte afspiegeling van hoe goed de methylatiecyclus en de betrokken B-vitamines (folaat, B12, B6, B2) functioneren. Een verhoogd plasma-homocysteïne (hyperhomocysteïnemie) hangt samen met een hoger risico op hart- en vaatziekten en op een beroerte, en wordt ook onderzocht bij cognitieve achteruitgang. Dat het verband oorzakelijk zou zijn, is niet aangetoond: een erfelijkheidsanalyse bij ruim honderdtachtigduizend mensen vond geen oorzakelijk effect van het homocysteïne op kransslagaderziekte of op een hartinfarct, en een tweede analyse over negentien niet eerder gepubliceerde bestanden met bijna vijftigduizend hartpatiënten kwam tot hetzelfde besluit (PMID 33838042, PMID 22363213). Dat verklaart waarom verlagen weinig oplevert, wat in sectie 8 aan bod komt.
2. Normaalwaarden en optimum
Homocysteïne wordt gerapporteerd in micromol per liter (µmol/L).
| Referentie | Waarde |
|---|---|
| Spreiding die in de literatuur bij volwassenen wordt beschreven, nuchter | 8-30 µmol/L, inclusief mensen met een verhoogde waarde; dit is dus geen normaalgebied (PMID 40370249) |
| Diagnostische drempel hyperhomocysteïnemie | ≥15 µmol/L (PMID 42260385, PMID 42181207) |
| Functioneel optimum (functionele geneeskunde) | rond 6-8 µmol/L |
De standaardlabo-norm noemt pas waarden boven ongeveer 12 tot 15 µmol/L afwijkend. Functionele geneeskunde hanteert een strenger optimum (rond 6-8 µmol/L), bewust onder de spreiding die in de literatuur wordt beschreven. Dat is verdedigbaar als streefwaarde, maar communiceer dat het geen ziektedrempel is: een waarde tussen 8 en 10 valt binnen het gewone bereik. Naar schade door lage waarden is weinig onderzoek gedaan; het bewijs gaat vrijwel volledig over verhóógd homocysteïne.
3. Wanneer en hoe meten
- Neem nuchter af. Homocysteïne stijgt na een eiwitrijke maaltijd, en een niet-nuchtere afname geeft dus een vals verhoogde waarde.
- Vraag hem aan bij een risicoprofiel voor hart en vaten, bij een vermoeden van een tekort aan B-vitamines of van een haperende methylering, bij een bekende variant in het enzym methyleentetrahydrofolaatreductase (MTHFR), dat folaat omzet in de vorm die de methylgroep levert om homocysteïne terug naar methionine te brengen, bij cognitieve klachten, en als onderdeel van een bredere stofwisselingsscreening. Weeg bij die cognitieve klachten mee wat de uitslag je oplevert: op het denkvermogen leveren B-vitamines weinig op, zoals sectie 8 uitwerkt.
- Lees het altijd naast twee andere dingen: homocysteïne hangt sterk samen met de nierfunctie en met de B-vitaminestatus. Lees dit artikel samen met creatinine en de geschatte nierfunctie.
4. Verhoogd homocysteïne: de aanpak
De standaard-reflex bij verhoogd homocysteïne is suppletie met B-vitamines: foliumzuur of folaat, vitamine B12 en vitamine B6. Die verlagen homocysteïne betrouwbaar, al blijft de waarde in een aantal situaties toch hoog. De rest van dit artikel legt eerst de biochemie uit (waarom homocysteïne ontstaat en hoe de remstof S-adenosylhomocysteïne, afgekort SAH, met de methylering samenhangt), en behandelt daarna de oorzaken van een verhoogde waarde, inclusief de gevallen waarin B-vitamines niet volstaan.
5. De biochemie: waar homocysteïne vandaan komt
Homocysteïne ontstaat aan het eind van de methylatiecyclus en gaat daarna twee kanten op. De kern:
- Methionine wordt geactiveerd tot SAMe (S-adenosylmethionine), de universele methyldonor.
- SAMe staat zijn methylgroep af aan een van de vele methyltransferases (voor DNA, neurotransmitters, fosfolipiden enzovoort) en wordt daarbij SAH.
- Het enzym AHCY (S-adenosylhomocysteïnehydrolase) splitst SAH in homocysteïne en adenosine.
- Homocysteïne wordt vervolgens óf geremethyleerd naar methionine, óf via transsulfuratie afgevoerd.
Voor de interpretatie telt vooral dit: SAH remt de meeste methyltransferases sterker dan SAMe ze aandrijft. Voor het merendeel van deze enzymen bindt SAH sterker dan SAMe zelf (het effect is enzym-afhankelijk, geen absolute wet). Een teveel aan SAH remt dus de methylering. Daarom is de verhouding tussen SAMe en SAH een gevoeliger maat voor methyleringscapaciteit dan homocysteïne alleen. In de literatuur wordt SAH zelfs voorgesteld als een betere cardiovasculaire marker dan homocysteïne.
Het AHCY-evenwicht en de rol van adenosine
Die splitsing loopt beide kanten op, en de natuurlijke voorkeur ligt bij de omgekeerde richting: de twee brokstukken worden liever weer aan elkaar geplakt tot SAH. De reactie loopt alleen vooruit, en breekt SAH dus alleen af, zolang beide brokstukken worden afgevoerd. Stapelt adenosine op, dan wordt de reactie aan de adenosine-kant geremd: SAH stijgt terwijl homocysteïne relatief laag kan blijven.
Dit verklaart een klinisch verwarrend beeld: een normaal of laag homocysteïne bij een verstoorde methylering. In dat geval is homocysteïne een misleidende marker en geeft de SAMe/SAH-ratio het echte beeld. Er loopt onderzoek naar middelen die het SAH verlagen bij mensen met een verhoogd SAH en een normaal homocysteïne. De eerste gerandomiseerde studie hierover telde veertig deelnemers, testte een combinatie van ashwagandha, een cholinedonor en creatine, en dus geen B-vitamines, en werd door de fabrikant van dat product gefinancierd (PMID 40883125). Of vitamines het SAH omlaag krijgen is dus niet in die opzet onderzocht; wat een tekort aan vitamine B12 met het SAH doet, staat in sectie 6.6.
6. Oorzaken van een verhoogde waarde (ook als B-vitamines niet volstaan)
Onderstaande tabel vat de oorzaken samen, inclusief de vaak gemiste. De secties daaronder werken ze uit.
| Oorzaak | Mechanisme | Wat je nakijkt |
|---|---|---|
| Verminderde nierfunctie | De nier is het grote afvoerkanaal voor homocysteïne | De geschatte nierfunctie en het creatinine |
| Haperende afvoer via de zwavelroute | De route naar cysteïne loopt via het enzym cystathionine-bèta-synthase (CBS), dat actieve vitamine B6 en zink nodig heeft | Actief B6, zink, en de vraag of er een CBS-variant speelt |
| Tekort aan riboflavine | Vitamine B2 houdt het enzym MTHFR stabiel, en dat telt zwaar bij een MTHFR-variant | De B2-status en het MTHFR-genotype |
| Tekort aan betaïne of choline | De tweede route terug naar methionine, via het enzym betaïne-homocysteïne-methyltransferase (BHMT), valt weg | De voedingsanamnese, en eventueel een proef met betaïne |
| Trage schildklier | Remt de leverenzymen van de cyclus en verlaagt tegelijk de nierfunctie | De TSH, het hormoon waarmee de hypofyse de schildklier aanstuurt, en het vrije schildklierhormoon T4 |
| Functioneel tekort aan B12 | Vitamine B12 via de mond komt niet aan of wordt niet benut | Het actieve B12 (holotranscobalamine) of het methylmalonzuur, en dus niet het totale B12 |
| Medicatie | Metformine, maagzuurremmers en methotrexaat verstoren de B-vitamines | De medicatielijst |
| Niet-nuchtere meting | Homocysteïne stijgt na een eiwitrijke maaltijd | Of de afname nuchter gebeurde |
6.1 Een verminderde nierfunctie
De nier is een belangrijk orgaan voor de afbraak en de afvoer van homocysteïne. Bij een dalende geschatte nierfunctie stapelt homocysteïne op, ongeacht de B-vitamine-status. Een verhoogd homocysteïne dat niet zakt is daarom vaak een teken van een verminderde nierfunctie in plaats van een vitaminetekort.
Mogelijk loopt het verband twee kanten op en beschadigt een hoog homocysteïne de nier zelf. Recent mechanistisch werk bij ratten en in celmodellen laat zien dat een hoog homocysteïne hoge bloeddruk en nierschade bevordert door ferroptose, een vorm van celdood waarbij ijzer de doorslag geeft, doordat de beschermende route in de nier wordt onderdrukt (PMID 41616846). Of het omgekeerd helpt om het homocysteïne te verlagen bij chronische nierschade, is in twee overzichtsstudies onderzocht; die staan in de bronnentabel. Een kleine studie bij mensen aan de nierdialyse keek daarnaast naar de actieve vormen van foliumzuur en vitamine B12. De twee overzichtsstudies gaan over het hele spectrum van chronische nierschade en niet alleen over dialyse; alleen de derde studie gaat over mensen aan de nierdialyse. In de ene overzichtsstudie lag de kleine winst juist bij lichte tot matige nierschade, en in de andere haalde geen enkele subgroep de statistische drempel. Lees ze dus als achtergrond bij het mechanisme en niet als opzet voor je eigen traject.
Praktisch: bij verhoogd homocysteïne dat niet reageert op B-vitamines horen de geschatte nierfunctie en het creatinine standaard in de check.
6.2 De transsulfuratie hapert: de kant van vitamine B6 en het enzym CBS
Homocysteïne heeft twee uitwegen. De ene is remethylering (terug naar methionine, via folaat, vitamine B12 of betaïne). De andere is de transsulfuratieroute naar cysteïne en glutathion, via het enzym CBS (cystathionine-bèta-synthase), dat actief vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat, P5P) als cofactor vereist.
Als de transsulfuratie hapert, blijft homocysteïne circuleren, ook al is de remethylering prima ondersteund. Oorzaken:
- B6 wordt niet actief. Slikken van B6 helpt niet als het niet wordt omgezet naar de actieve vorm P5P. Die omzetting is deels afhankelijk van cofactoren zoals zink en B2 en kan haperen bij ontsteking of leverbelasting. Let op: hoog gedoseerd B6 kan zelf zenuwschade aan handen en voeten geven, dus houd de dosering laag en volg die op.
- CBS-genvarianten. Die bestaan, maar ze verklaren minder dan vaak gedacht: in een gerandomiseerde studie bij negentig mensen met een herseninfarct in een hooggelegen regio in Noord-India waren een tekort aan vitamine B12 en een lage inname van groene groenten de belangrijkste voorspellers van een hoog homocysteïne, en kwamen de genvarianten juist weinig voor (PMID 40718281).
- Pyridoxine-nonresponsieve CBS-deficiëntie bestaat, maar dat is een zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte: die wordt in een metabool centrum vastgesteld, en daar wordt ook de methioninebeperkte voeding gevoerd en bewaakt. Herken haar en verwijs door; zij hoort niet bij de oorzaken die je zelf nakijkt (PMID 37513523).
6.3 Riboflavine (B2) als vergeten cofactor bij MTHFR
Bij een MTHFR-variant, vooral bij wie de variant C677T van beide ouders erfde, valt het MTHFR-enzym sneller uiteen bij lichaamstemperatuur. Dat enzym heeft vitamine B2 nodig, in zijn actieve vorm het flavine-adenine-dinucleotide (FAD), om stabiel te blijven. Bij een tekort aan vitamine B2 werkt de folaatroute daardoor onvoldoende. Wie methylfolaat slikt, levert het product van die stap rechtstreeks aan en slaat het enzym dus over. B2 wordt vaak vergeten in het B-vitamine-rijtje en is bij MTHFR-dragers soms de doorslaggevende factor. Zie het bredere overzicht van B-vitamines en cardiovasculaire mechanismen (PMID 42067935).
6.4 Betaïne en choline (de tweede remethyleringsroute)
Naast de folaatroute bestaat er een reserveroute: BHMT (betaïne-homocysteïne-methyltransferase) zet homocysteïne terug om naar methionine, met betaïne (uit choline) als methyldonor. Deze route is vooral actief in lever en nier. Bij een tekort aan choline of betaïne valt die reserveroute weg. Iemand die weinig eieren of lever eet, of onder hoge methylatie-druk staat, mist deze route. Bij een aangetoond tekort aan choline of betaïne is een proefbehandeling met betaïne (trimethylglycine, afgekort TMG) een optie om te overwegen, in overleg met je cliënt.
6.5 Schildklier (hypothyreoïdie)
Een trage schildklier verhoogt homocysteïne langs twee wegen die samenwerken:
- Vertraagde lever-enzymen. Het effect wordt toegeschreven aan schildklierhormoon, in de vormen T3 en T4, dat de activiteit van de lever-enzymen van de methylatiecyclus (waaronder MTHFR en CBS) mee reguleert. Bij hypothyreoïdie zouden die op een lager toerental draaien, waardoor homocysteïne trager wordt opgeruimd, los van de B-vitamine-status. Dit enzym-mechanisme steunt vooral op preklinisch (dier)onderzoek; bij mensen is tot nu toe vooral de associatie aangetoond.
- Een lagere nierfunctie. Een trage schildklier verlaagt de doorbloeding van de nier en daarmee de geschatte nierfunctie, wat de afvoer van homocysteïne verder afknijpt (zie sectie 6.1).
Op mensniveau vond een dwarsdoorsnedeonderzoek bij 676 mensen dat TSH onafhankelijk samenhangt met een hoger homocysteïne: de middelste waarde lag bij de groep met een licht trage schildklier hoger dan bij de groep met de laagste TSH-waarden, al ging het om een klein verschil dat bij allebei binnen het normale bereik viel (9,9 tegenover 9,2 µmol/L) (PMID 41658521). Dit is een associatie, geen bewijs van het enzym-mechanisme. Praktisch: bij therapieresistent homocysteïne horen TSH en vrij T4 in de check.
6.6 Functioneel B12-tekort ondanks suppletie
Een normale totaal-B12 in het bloed sluit een functioneel tekort niet uit. Bij verstoorde opname (laag maagzuur, maagzuurremmers, darmontsteking) komt orale B12 onvoldoende aan. Meet dan de functionele status: holotranscobalamine (actief B12) of methylmalonzuur (MMA) in plaats van totaal-B12; functionele biomarkers hebben de voorkeur boven enkel serumspiegels (PMID 42067935). Bij een tekort aan vitamine B12 is te verwachten dat ook het SAH oploopt, omdat het evenwicht rond AHCY dan de andere kant op schuift. Bij mensen is dat niet hard onderzocht, dus reken er niet op als maat.
6.7 Medicatie
- Metformine verlaagt op termijn de opname van B12.
- Maagzuurremmers (PPI’s, protonpompremmers) verlagen de opname van B12.
- Methotrexaat blokkeert het folaatmetabolisme.
- Sommige anti-epileptica verstoren de folaat- en B-vitaminestatus.
Een medicatie-anamnese hoort dus bij de evaluatie van hardnekkig homocysteïne.
6.8 De meting was niet nuchter
Homocysteïne stijgt na een eiwitrijke maaltijd (methionine-belasting). Een niet-nuchtere afname geeft een vals verhoogde waarde. Controleer of de meting nuchter was voordat je conclusies trekt.
7. Klinisch algoritme bij therapieresistent homocysteïne
Blijft de waarde hoog ondanks foliumzuur, vitamine B12 en vitamine B6, loop dan deze acht stappen af. De volgorde loopt van de vraag die je zonder enig labonderzoek kan beantwoorden naar de bepalingen die daarna volgen, dus begin bovenaan. Stap 8 over de medicatie kan je gerust naar voren halen, want die kost niets.
| Stap | Wat je nakijkt |
|---|---|
| 1 | Was de meting nuchter? Zo niet, herhaal hem nuchter voor je verder zoekt |
| 2 | De geschatte nierfunctie en het creatinine |
| 3 | De schildklier: de TSH en het vrije T4 |
| 4 | Het functionele vitamine B12: het actieve B12 of het methylmalonzuur, en niet het totale B12, samen met de vraag of de opname klopt |
| 5 | De afvoer via de zwavelroute: actief vitamine B6 en zink, en overweeg of er een CBS-variant speelt |
| 6 | Riboflavine, vitamine B2, zeker bij wie de MTHFR-variant C677T van beide ouders erfde |
| 7 | Betaïne en choline als tweede route terug naar methionine, eventueel met een proefbehandeling |
| 8 | De medicatielijst: metformine, maagzuurremmers en methotrexaat |
Blijft de waarde laag of normaal terwijl je cliënt wel klachten heeft die bij een haperende methylering passen, dan is de verhouding tussen SAMe en SAH informatiever dan het homocysteïne alleen.
8. Beperkingen en interpretatie-tips
- Homocysteïne is een indirecte marker die pas aan het eind van de keten ontstaat. Bij adenosine-opstapeling kan het loskomen van de werkelijke methylering (sectie 5). De SAMe/SAH-ratio is dan informatiever.
- Op het denkvermogen leveren B-vitamines weinig op. De Cochrane-review bij mensen met een milde cognitieve stoornis vond geen aanwijzing dat B-vitamines het denkvermogen verbeteren, en noemt haar bewijs daarover van zeer lage kwaliteit. In één studie binnen die review ging het geheugen wel vooruit bij de deelnemers die bij aanvang boven de middelste homocysteïnewaarde zaten, en verliep de hersenkrimp over twee jaar trager (PMID 30383288). Een breder overzicht vond op een screeningstest voor het algemene denkvermogen een klein verschil in het voordeel van B-vitamines, gemeten bij ruim zesduizend deelnemers, en kon dat alleen aantonen bij wie vroeg begon en langer dan een jaar doorging (PMID 34432056). De grootste analyse legde elf studies met gegevens over het denkvermogen van tweeëntwintigduizend mensen naast elkaar en vond geen verschil (PMID 24965307). De winst is dus te klein en te onzeker om er een behandeling op te bouwen.
- SAH verlaat het lichaam via de nier. Bij een verminderde nierfunctie stapelt het mee op, en dat deel krijg je met vitamines niet omlaag. Zo hangt de nierfunctie opnieuw vast aan de methylering. Bij een tekort aan vitamine B12 stijgt het SAH naar verwachting mee; hoe hard dat bij mensen onderzocht is, staat in sectie 6.6.
- Homocysteïne-verlaging met B-vitamines verlaagt het getal betrouwbaar, maar verbetert niet altijd harde klinische uitkomsten. De Cochrane-review over dit onderwerp vond een kleinere kans op een beroerte, terwijl de behandeling op hartinfarcten en sterfte geen verschil gaf (PMID 28816346). Waar dat beroerte-effect opduikt, hangt af van de folaatstatus van de bevolking: in landen zonder verplichte foliumzuurverrijking van voedsel verlaagt foliumzuur het aantal beroertes, en in goed voorziene bevolkingen blijft dat effect uit (PMID 42067935). De grote Chinese trial die daar vaak bij genoemd wordt, onder ruim twintigduizend volwassenen met hoge bloeddruk, past in dat beeld (PMID 25771069). Een latere meta-analyse vond wel minder dichtslibben van behandelde vaten, maar noemt het effect op hart- en vaatgebeurtenissen en sterfte onbeslist (PMID 41615824). Reken dus op minder beroertes bij een lage folaatstatus, en niet op minder hartinfarcten. Behandel homocysteïne als één signaal binnen het bredere methylatie- en B-vitamineplaatje, niet als een doel op zich.
- Uitslagen hangen af van de bepalingsmethode en dus van het laboratorium; vergelijk waarden bij voorkeur binnen hetzelfde lab.
9. Wat je hiermee doet bij je cliënt
Spreek af wat je met de uitslag gaat doen voor je hem aanvraagt. Homocysteïne is een indirecte waarde: hij zegt iets over de methylering, maar hij zegt het via een omweg, en bij een deel van je cliënten komt de verhoging ergens anders vandaan dan uit de vitamines.
Meet nuchter, en meet in hetzelfde laboratorium als je wil vergelijken. De bepaling verschilt per apparaat, dus twee uitslagen uit twee labs naast elkaar leggen levert een verschil op dat niets met je cliënt te maken heeft.
Kondig aan hoe lang het duurt voor een herhaalmeting zin heeft. Reken op zes tot twaalf weken voor je opnieuw prikt, anders meet je de kuur en niet het effect ervan.
Beoordeel de reactie op twee dingen tegelijk. Zakt het getal, dan weet je dat de route werkt. Of je cliënt zich beter voelt, staat daar los van, en dat tweede is waar je je behandeling op stuurt.
Bespreek de uitkomst in gewone taal. Een waarde tussen 8 en 10 valt binnen het gewone bereik, en een functioneel streefgetal lager dan dat is een streven en geen ziektegrens. Dat onderscheid voorkomt dat iemand zich ziek gaat voelen door een getal.
10. Kernbronnen
Volledige bronnenset, 56 artikelen, research-local pipeline uitgevoerd op 14 juni 2026. Zeven regels komen niet uit die set en zijn afzonderlijk opgezocht en nagekeken: de twee analyses over oorzakelijkheid, de drie bronnen over B-vitamines en het denkvermogen, de Cochrane-review over homocysteïneverlaging en de Chinese foliumzuurtrial. Voor deze set zijn geen citatieaantallen opgehaald.
| PMID | Titel en cijfers | Jaar | Waarvoor gebruikt |
|---|---|---|---|
| 40883125 | SAH in plasma verlagen bij volwassenen met een verhoogd SAH en een normaal homocysteïne | 2025 | Gerandomiseerde studie: SAH kan hoog zijn bij een normaal homocysteïne; de SAMe/SAH-ratio als marker |
| 41616846 | Een hoog homocysteïne bevordert hoge bloeddruk via ijzerafhankelijke celdood in de nier; rat- en celmodel | 2026 | Mechanisme homocysteïne-nierschade |
| 41617174 | Meta-analyse over homocysteïneverlagende behandeling bij chronische nierschade; hooguit een kleine verbetering van de samengestelde nieruitkomsten, met beperkte klinische betekenis | 2026 | Nier en homocysteïne-verlaging |
| 41885832 | Systematisch overzicht over suppletie op basis van folaat bij nierziekte | 2026 | Folaat en niergerelateerde uitkomsten |
| 41580678 | L-methylfolaat samen met methylcobalamine bij moeilijk behandelbare hoge bloeddruk tijdens nierdialyse | 2026 | Actieve vormen bij nierpatiënten |
| 41658521 | Homocysteïne als risicomarker voor hart- en vaatziekten bij een licht trage schildklier | 2026 | TSH hangt los van andere factoren samen met homocysteïne |
| 40718281 | Onderzoek bij 90 mensen met een herseninfarct naar varianten in methioninesynthase (MTR) en CBS; de varianten kwamen weinig voor, en een tekort aan vitamine B12 en een lage groente-inname waren de belangrijkste voorspellers van een hoog homocysteïne | 2025 | Genetica van de transsulfuratie |
| 37513523 | Methionine in porties uitwisselen in plaats van eiwit wegen, bij een CBS-tekort dat niet op vitamine B6 reageert | 2023 | B6-nonresponsieve transsulfuratie |
| 42067935 | Overzicht van de B-vitamines en de mechanismen achter hun rol bij hart- en vaatziekten | 2026 | Overzicht B-vitamine-mechanismen |
| 41615824 | Gecombineerde B-vitaminesuppletie, het homocysteïne en de uitkomsten aan de bloedvaten; minder dichtslibben van behandelde vaten, terwijl het effect op hart- en vaatgebeurtenissen en op sterfte onbeslist blijft | 2026 | Marker versus klinisch effect |
| 40370249 | Homocysteïne bij hart- en vaatziekten: nog klinisch relevant in 2025? (overzichtsartikel) | 2025 | Populatiebereik, klinische context |
| 42260385 | Meta-analyse bij 6.094 Zuid-Aziatische hartpatiënten naar hoe vaak een verhoogd homocysteïne voorkomt, gemeten met de drempel van 15 µmol/L | 2026 | Diagnostische drempel |
| 22363213 | Meta-analyse van patiënt-controlestudies naar de MTHFR-variant C677T, met correctie voor publicatievertekening; in 19 niet eerder gepubliceerde bestanden met 48.175 hartpatiënten en 67.961 controles was de odds ratio 1,02 met 0,98 tot 1,07, terwijl de gepubliceerde studies op 1,15 uitkwamen | 2012 | Associatie tegenover oorzaak |
| 33838042 | Erfelijkheidsanalyse met genetische varianten als instrument, 184.305 mensen voor kransslagaderziekte en 181.875 voor een hartinfarct; geen oorzakelijk effect van het plasma-homocysteïne op beide uitkomsten | 2021 | Associatie tegenover oorzaak |
| 28816346 | Cochrane-review over homocysteïneverlagende behandeling ter voorkoming van hart- en vaatziekten; de bepalende bron onder sectie 8 | 2017 | Marker versus klinisch effect |
| 42181207 | Cohortonderzoek dat de drempel van 15 µmol/L operationeel hanteert | 2026 | De tweede bron onder de drempel |
| 30383288 | Cochrane-review over vitamines en mineralen bij mensen met een milde cognitieve stoornis; voor de B-vitamines, looptijd zes tot vierentwintig maanden, geen aanwijzing van effect op het denkvermogen, met bewijs van zeer lage kwaliteit voor het algemene denkvermogen; in één studie verbeterde het geheugen bij wie bij aanvang boven de middelste homocysteïnewaarde zat | 2018 | Grens van wat verlagen oplevert |
| 34432056 | Systematisch overzicht met meta-analyse over B-vitamines en cognitieve achteruitgang, 95 studies met 46.175 deelnemers in totaal, waarvan 25 gerandomiseerde; de kleine winst berust op een verschil van 0,14 punt op een screeningstest voor het algemene denkvermogen bij 6.155 deelnemers en is alleen aantoonbaar bij wie vroeg begon en langer dan een jaar doorging; in de kortlopende studies was de schatting even groot maar te onzeker om iets uit af te lezen | 2022 | De andere kant van hetzelfde beeld |
| 24965307 | Gezamenlijke analyse van elf trials met gegevens over het denkvermogen van 22.000 deelnemers; homocysteïneverlaging met B-vitamines gaf geen verschil op de afzonderlijke denkfuncties of op het algemene denkvermogen | 2014 | De bepalende bron over cognitie |
| 25771069 | De grootste trial over foliumzuur en een eerste beroerte, 20.702 Chinese volwassenen met hoge bloeddruk; in de Cochrane-review over homocysteïneverlaging (PMID 28816346) staat zij als aparte vergelijking, naast enalapril zonder foliumzuur, met een onzeker effect | 2015 | Beroerte bij een lage folaatstatus |
Drie regels staan in de tekst zonder bronnummer: de twee overzichtsstudies over homocysteïneverlaging en over foliumzuursuppletie bij chronische nierschade, en de studie bij mensen aan de nierdialyse. Sectie 6.1 beschrijft ze alle drie.