Onderdeel van Health Cockpit, praktijkmanagement voor moderne gezondheidsondernemers. Ontdek het platform →

← Peptiden-overzicht

Health Cockpit Research

Onderdeel van het Peptiden-cluster van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.

Bewijsniveaus van de gangbare peptiden

De term peptide zegt niets over de kwaliteit van het klinische bewijs. Binnen dezelfde chemische klasse bevinden zich geregistreerde geneesmiddelen met meerdere gerandomiseerde studies naast experimentele stoffen waarvoor nog nooit een humane werkzaamheidsstudie is uitgevoerd.

Daarom is het nuttiger om ieder molecuul afzonderlijk te beoordelen.

Bewijsniveaus van de gangbare peptiden. De staaf rechts in het diagram staat voor de sterkte van het humane bewijs, niet voor de werkzaamheid.

  • Trede 1, Geregistreerd met gerandomiseerd bewijs: tesamorelin, bremelanotide. Een fase 3-dossier plus goedkeuring door een geneesmiddelenautoriteit.
  • Trede 2, Gecontroleerd onderzocht, eindpunt niet gehaald: thymosine alfa-1, elamipretide, larazotide, ipamorelin. Goed opgezet onderzoek waarin het middel zijn belangrijkste eindpunt niet haalde.
  • Trede 3, Preklinisch dossier, beperkt humaan onderzoek: BPC-157, thymosine bèta-4, TB-500, GHK-Cu, MOTS-c, humanine, KPV, sermoreline, Semax en Selank. Het mechanisme is uitgewerkt; humaan bewijs is er weinig of het past niet op de stof. TB-500 is het geacetyleerde fragment 17-23 van thymosine bèta-4; het humane wondonderzoek betreft het volledige peptide van 43 aminozuren en niet dat fragment. Semax en Selank zijn wel bij patiënten onderzocht, maar zonder loting en vrijwel al uit één netwerk in Moskou.
  • Trede 4, Enkelvoudige onderzoeksbron zonder replicatie: epitalon, thymaline, epithalamine. De claims komen uit één onderzoeksgroep en zijn in dertig jaar door niemand anders getoetst.
  • Trede 5, Geen humane werkzaamheidsstudies: CJC-1295, diverse fragmenten. Alleen de hormoonrespons is gemeten; of het klinisch iets doet, is nooit onderzocht.

Een praktische bewijsladder

Niveau 1: geregistreerde middelen met overtuigend gerandomiseerd bewijs

Tesamorelin is onderzocht in meerdere gerandomiseerde studies en is in de Verenigde Staten geregistreerd voor vermindering van overtollig visceraal buikvet bij volwassenen met HIV-geassocieerde lipodystrofie, een herverdeling van lichaamsvet.

Een meta-analyse van vijf gerandomiseerde studies vond ten opzichte van placebo bijna 28 cm² minder vet rond de organen in de buik, ruim 4 procentpunt minder vet in de lever en ongeveer anderhalve kilo meer vetvrije massa. Het subcutane vet en de BMI veranderden niet aantoonbaar (PMID 41545261). Wat daar verschuift is dus de verdeling van het vet en niet het gewicht: het vet rond de organen en in de lever neemt af, terwijl het vet onder de huid en het getal op de weegschaal blijven staan.

Dat is bewijs voor een specifieke patiëntengroep. Het ondersteunt niet automatisch toepassing bij gezonde mensen die buikvet willen verliezen.

Bremelanotide, PT-141, is in de Verenigde Staten geregistreerd voor verworven, gegeneraliseerde hypoactieve seksuele-verlangensstoornis bij premenopauzale vrouwen. Twee fase 3-studies includeerden samen 1267 vrouwen (PMID 31599840).

Het verschil tegenover placebo bedroeg ongeveer een derde van een punt op de vragenlijst waarmee seksueel verlangen werd gescoord. Zo’n verschil is in een groep te meten. Of een individuele vrouw het merkt, is daarmee nog niet gezegd, en het moet worden afgewogen tegen het bijwerkingenprofiel hieronder.

In het samengevoegde dubbelblinde fase 3-programma trad misselijkheid op bij 40,0% tegenover 1,3% onder placebo, blozen bij 20,3% tegenover 1,3%, hoofdpijn bij 11,3% tegenover 1,9% en reacties op de injectieplaats bij 5,4% tegenover 0,5% (PMID 35147466).

Niveau 2: gecontroleerd onderzocht, primair eindpunt niet gehaald

Thymosine alfa-1 werd in een dubbelblinde fase 3-studie onderzocht bij 1106 patiënten met sepsis. De 28-daagse sterfte bedroeg 23,4% onder thymosine alfa-1 en 24,1% onder placebo. Die twee percentages liepen gelijk, dus op het primaire eindpunt werd geen effect aangetoond (PMID 39814420).

Elamipretide werd in fase 3 onderzocht bij 218 patiënten met primaire mitochondriale myopathie. Zowel de zesminutenlooptest als het primaire vermoeidheidseindpunt verschilde niet aantoonbaar van placebo (PMID 37268435).

Larazotide werd in vier gerandomiseerde studies bij coeliakie onderzocht. De gepoolde lactulose-mannitolratio, een urinetest voor darmdoorlaatbaarheid, verschilde niet aantoonbaar van placebo, maar de betrouwbaarheid van die meting was problematisch. Tegelijk werden in afzonderlijke studies verbeteringen gevonden in klachten en immunologische uitkomsten.

Ipamorelin werd in een gerandomiseerde, dubbelblinde fase 2-studie bij 114 patiënten met postoperatieve ileus onderzocht. De mediane tijd tot de eerste verdragen maaltijd lag ruim zeven uur lager onder ipamorelin, 25,3 tegenover 32,6 uur. De studie was te klein om uit te maken of dat verschil aan het middel lag of aan toeval. Ook de andere eindpunten verschilden niet (PMID 25331030).

Niveau 3: uitgebreid preklinisch dossier, beperkt humaan onderzoek

Hier bevinden zich de meeste populaire experimentele peptiden.

Voor BPC-157 includeerde een systematische review uit 2025 36 relevante studies, waarvan 35 preklinisch en één klinisch waren. De humane musculoskeletale data zijn retrospectief en zeer klein (PMID 40756949).

Bij thymosine bèta-4 bestaan humane studies, onder meer bij chronische wonden. Die studies onderzochten echter het volledige thymosine bèta-4. Ze vormen geen rechtstreeks klinisch bewijs voor het kortere synthetische fragment dat onder de naam TB-500 circuleert.

Voor GHK-Cu, koper gekoppeld aan het tripeptide glycyl-histidyl-lysine (GHK), bestaat humaan gerandomiseerd onderzoek bij dermatologische toepassingen. Een studie bij 86 patiënten met veneuze beenulcera vond geen aantoonbaar voordeel tegenover placebo (PMID 1495150).

Voor MOTS-c (de letters MOTS wijzen naar het stukje mitochondriaal erfelijk materiaal waarvan het peptide wordt afgelezen) en humanine bestaan humane observationele gegevens over endogene concentraties, maar geen studies waarin het oorspronkelijke peptide als interventie aan mensen werd toegediend.

Het tripeptide lysine-proline-valine (KPV) is voornamelijk preklinisch onderzocht.

Sermoreline heeft onder meer open humaan onderzoek bij kinderen met groeihormoondeficiëntie, maar geen overtuigende gecontroleerde onderbouwing voor de anti-agingtoepassingen waarvoor het tegenwoordig wordt aangeboden.

Semax en Selank zijn wel bij patiënten onderzocht, maar het beschikbare humane onderzoek kent belangrijke methodologische beperkingen en komt grotendeels uit hetzelfde onderzoeksnetwerk.

Niveau 4: klinische claims uit één onderzoeksnetwerk zonder onafhankelijke replicatie

Hier bevinden zich epitalon, thymaline en epithalamine.

De gerapporteerde effecten op mortaliteit zijn uitzonderlijk groot, maar komen vrijwel volledig uit dezelfde Russische onderzoeksgroep en zijn niet onafhankelijk gerepliceerd. Bovendien moeten gegevens over dierlijke klierextracten worden onderscheiden van gegevens over synthetische korte peptiden.

Niveau 5: farmacologische effecten gemeten, klinische werkzaamheid nooit onderzocht

CJC-1295 is bij gezonde volwassenen onderzocht en verhoogt groeihormoon en IGF-1, de insuline-achtige groeifactor 1. In één studie steeg IGF-1 ongeveer 45% (PMID 17018654).

Dat toont biologische activiteit aan. Het vertelt echter niet of CJC-1295 spiermassa verhoogt, vetverlies veroorzaakt, herstel versnelt of andere klinisch relevante voordelen biedt, want deze uitkomsten werden niet onderzocht.

Wat leren de verschillende niveaus?

Het eerste terugkerende patroon is dat een plausibel mechanisme geen klinische werkzaamheid voorspelt. Elamipretide en thymosine alfa-1 zijn daarvan duidelijke voorbeelden.

Het tweede patroon is dat indicatie en toedieningsweg gemakkelijk verloren gaan wanneer onderzoek naar de praktijk wordt vertaald. Een topicaal onderzocht wondgeneesmiddel kan niet zonder bijkomend bewijs worden beschouwd als onderbouwing voor een injecteerbaar middel tegen peesletsels.

Het derde patroon is dat een associatie geen interventiestudie is. Een hogere natuurlijke MOTS-c-spiegel bij fittere mensen bewijst bijvoorbeeld niet dat het injecteren van MOTS-c hetzelfde effect veroorzaakt.

Ten slotte zegt een hormonale respons niet automatisch iets over klinische uitkomsten. Dat CJC-1295 groeihormoon en IGF-1 verhoogt, bewijst de farmacologische activiteit, niet de claims waarvoor het online wordt aangeboden.

Kernpunten

De bewijskracht moet per molecuul, indicatie en toedieningsweg worden beoordeeld.

Tesamorelin en bremelanotide beschikken over registratiewaardig gerandomiseerd bewijs voor nauwkeurig omschreven indicaties.

Thymosine alfa-1, elamipretide, larazotide en ipamorelin zijn gecontroleerd bij mensen onderzocht, maar de resultaten zijn negatief of gemengd.

Voor verschillende populaire middelen, waaronder BPC-157, MOTS-c, KPV, systemisch GHK-Cu en CJC-1295, ontbreekt overtuigend gerandomiseerd bewijs voor de toepassingen waarvoor zij tegenwoordig worden gebruikt.

Wat je hiermee doet

Verwante artikelen

Kernbronnen

Health Cockpit

Wil je dit toepassen in je eigen praktijk?

Health Cockpit is alles-in-één praktijkmanagement voor moderne gezondheidsondernemers. Bij elk patiëntdossier krijg je dezelfde research-kennis die op deze site staat direct in context bij je labwaardes, DNA-analyse en interventies. Alles op één scherm, in één dossier.

Bekijk Health Cockpit →