Onderdeel van het Omega 3 en visolie-cluster van Health Cockpit, het praktijkmanagement-platform voor functioneel werkende therapeuten.
Methylering en transport van docosahexaeenzuur
Dit hoofdstuk beantwoordt een vraag die in de praktijk vaak opkomt: waarom heeft de een wél baat bij visolie en de ander niet, bij dezelfde dosis?
Een van de verklaringen die daarvoor circuleert gaat over methylering. De redenering luidt: DHA moet door de lever worden ingepakt voordat het naar andere weefsels kan, dat inpakken kost methylgroepen, en wie te weinig methylgroepen heeft krijgt zijn DHA niet op de plaats van bestemming. Vandaar het advies om choline of B-vitamines mee te geven.
Die redenering is niet uit de lucht gegrepen. Maar het bewijs is dunner dan het advies doet vermoeden, en op één punt wijst het zelfs de andere kant op.
Hoe de route werkt
De lever pakt DHA in fosfatidylcholine, een transportmolecuul, en stuurt het dan het bloed in.
Er zijn twee manieren waarop de lever die verpakking maakt:
- Via choline uit de voeding. Rechttoe rechtaan, choline is de grondstof.
- Via methylering. Hier neemt de lever een ander molecuul en plakt er drie methylgroepen op. Het enzym dat dat doet heet PEMT.
Toen onderzoekers beide routes bij mensen en muizen volgden met gemerkte moleculen (PMID 21068006), bleek de methyleringsroute bij voorkeur verpakkingen mét DHA te maken. De cholineroute maakt vooral de eenvoudiger varianten.
Dat is de kern van het verhaal: er lijkt een speciale route te bestaan voor DHA-transport, en die route kost methylgroepen. Drie per molecuul.
Belangrijk voorbehoud: het is een voorkeur, geen exclusiviteit. En die studie toont niet aan dat methylgroepen het totale DHA-transport bij mensen begrenzen.
Waar die methylgroepen vandaan komen
Uit S-adenosylmethionine, kortweg SAM, het molecuul dat in het hele lichaam als universele methylgroepdonor dient. Zodra SAM zijn methylgroep heeft afgegeven blijft S-adenosylhomocysteïne over, kortweg SAH, en juist dat SAH remt het enzym dat de overdracht moet doen. Hoe meer SAH zich ophoopt, hoe stroever het loopt. Vandaar dat de verhouding tussen die twee, de SAM:SAH-ratio, in dit onderwerp steeds terugkomt.
Homocysteïne hangt daar rechtstreeks mee samen: een hoog homocysteïne gaat samen met veel SAH. Dat is waarom homocysteïne in dit verhaal steeds opduikt.
Choline, betaïne, foliumzuur, vitamine B12 en B6 voeden deze cyclus.
Wat er bij mensen gemeten is
De samenhang bestaat. Bij 72 deelnemers aan een gecontroleerde voedingsstudie (PMID 21411618) hing de hoeveelheid DHA-verpakking in het bloed rechtstreeks samen met de beschikbare methyleringscapaciteit. In leverbiopten waren zowel het DHA-gehalte als de activiteit van het enzym lager bij vrouwen met een bepaalde genvariant. Dat was onderzoek om een meetmethode te valideren, niet om oorzaak aan te tonen.
Choline erbij werkt, bij zwangeren. Dertig zwangere vrouwen (PMID 35575618) kregen vanaf week 12 tot 16 ofwel 550 mg choline per dag, ofwel 25 mg. Iedereen kreeg daarnaast 200 mg DHA. Het resultaat: de DHA-verpakking in het bloed lag ongeveer een derde hoger in de cholinegroep, en de totale DHA in hun rode bloedcellen ongeveer een tiende hoger. Met gemerkte moleculen bevestigden ze dat die extra choline inderdaad via de methyleringsroute liep.
Twee dingen om bij te houden. De vergelijking is 25 mg tegenover 550 mg, dus bijna niets tegenover veel, en niet “genoeg tegenover extra”. En de uitkomst die het dichtst bij de theorie zelf ligt, kwam niet duidelijk genoeg uit de cijfers. Eén auteur is verbonden aan OmegaQuant.
Bij te vroeg geboren baby’s is de opzet scherper. Vierentwintig zuigelingen geboren vóór 32 weken (PMID 30859363) kregen tien dagen lang standaardvoeding, choline, DHA, of beide. DHA alleen verhoogde de DHA-verpakking met ongeveer een derde. DHA plus choline met bijna twee derde, dus bijna twee keer zoveel winst.
En er is nog iets: DHA alleen verschóóf de verhouding ongunstig, alsof de verpakkingscapaciteit tekortschoot. Choline voorkwam dat. Dat is precies het patroon dat de theorie voorspelt. Wel: 24 zuigelingen, tien dagen, één centrum, en een bloedwaarde als uitkomst.
Bij een verhoogd homocysteïne loopt het vast. Bij alzheimerpatiënten (PMID 16996649) was de DHA-verpakking duidelijk verarmd, terwijl het molecuul vóór de methyleringsstap gewoon DHA bevatte. Precies wat je verwacht als de stap ertussen hapert. De enige auteur is verbonden aan een farmaceutisch bedrijf.
Bij elf patiënten met een zeldzame erfelijke aandoening met extreem hoog homocysteïne (PMID 32912785) hetzelfde beeld, maar extremer: de verpakkingen waren uitgeput en de vetzuren hoopten zich op vóór de methyleringsstap.
Een onafhankelijke groep. Bij 38 zwangere vrouwen met obesitas (PMID 39742970) uit een DHA-trial bleek de cholinestatus te bepalen hoeveel DHA er werd ingebouwd. Deze groep staat los van de twee andere, en dat is relevant, want die andere twee komen uit hetzelfde onderzoeksprogramma.
Waarom het per persoon verschilt
Het enzym staat onder invloed van oestrogeen, en de activiteit in de lever daalt naarmate leververvetting ernstiger wordt (PMID 36012560).
Dat zie je terug in het bloed: premenopauzale vrouwen hadden meer DHA-verpakking dan mannen en postmenopauzale vrouwen. Het gaat wel om een vergelijking tussen groepen op één moment, niemand is over de menopauze heen gevolgd, en de publicatie zegt niet hoe groot dat verschil was.
Bij premenopauzale vrouwen met een bepaalde variant in het PEMT-gen (rs12325817) was de DHA-verpakking lager, en in leverbiopten van draagsters waren zowel het DHA-gehalte als de enzymactiviteit lager (PMID 21411618).
Twee redenen om er niet te snel in mee te gaan
De richting kan andersom zijn. Het enzym pakt bij voorkeur moleculen die al DHA bevatten. Minder DHA betekent dus ook minder materiaal om mee te werken. Weinig DHA-verpakking kan dan het gevolg zijn van weinig DHA, in plaats van de oorzaak.
De lever kan de echte factor zijn. De activiteit van dit gen ligt lager bij mensen met leverontsteking, en daalt verder naarmate de leverschade toeneemt. Leververvetting komt veel voor, en de studies die alleen een samenhang laten zien hebben de leverstatus niet apart meegewogen. Een deel van het verband kan dus gewoon leverstatus zijn.
Het B-vitamineverhaal spreekt zichzelf tegen
Vier heranalyses van vier trials keken of methyleringsstatus bepaalt hoeveel omega 3 oplevert, of omgekeerd. Ze wijzen niet dezelfde kant op.
- MAPT (een Franse preventietrial bij ouderen) (PMID 35718871): deelnemers met een hoog homocysteïne deden het na vijf jaar juist slechter. Dat is een vergelijking binnen de behandelde groep, geen vergelijking met een placebogroep.
- VITACOG (een Britse trial met B-vitamines bij ouderen met geheugenklachten) (PMID 25877495): B-vitamines remden de hersenkrimp met 40% bij wie hoog in omega 3 zat, en deden niets bij wie laag zat.
- FACIT (een Nederlandse foliumzuurtrial bij ouderen) (PMID 33564824): foliumzuur werkte juist het best bij wie het laagst in omega 3 zat. Precies omgekeerd aan VITACOG.
- B-PROOF (een Nederlandse trial met B-vitamines bij ouderen) (PMID 35704085): zwak met VITACOG mee, maar zonder overtuigend verband voor omega 3 als geheel of voor EPA.
Daar komt bij dat dezelfde auteur op MAPT én VITACOG staat, en dezelfde Wageningse groep op FACIT én B-PROOF. Dat zijn precies de twee die elkaar tegenspreken. Twee onderzoeksgroepen, vier analyses, geen lijn.
Op het niveau van de bloedwaarden loopt het net zo uiteen. Over 19 studies met ruim 3.200 deelnemers (PMID 27188895) verlaagde omega 3 het homocysteïne, en de combinatie met foliumzuur en B-vitamines nog iets meer. Maar één gerandomiseerde trial bij honderd mensen met een verhoogd homocysteïne (PMID 22811376) vond precies het omgekeerde: omega 3 alleen verhóógde het homocysteïne, terwijl het multivitaminepreparaat het wel verlaagde.
En de trial die het antwoord zou geven, met mensen geloot tussen omega 3 en omega 3 plus choline of B-vitamines, met klachten als uitkomst, bestaat niet. De enige studie met die opzet, bij 160 mensen met een milde cognitieve stoornis, is teruggetrokken (PMID 33749643) en wordt hier niet gebruikt.
Wat je hiermee doet
- Als verklaring waarom mensen verschillend reageren: plausibel.
- Als reden om standaard choline of B-vitamines bij visolie te geven: nee. Dat bewijs is er niet.
- En ook niet omgekeerd: dat je bij een hoog homocysteïne eerst B-vitamines moet geven voordat omega 3 kan werken, volgt hier niet uit. De heranalyses spreken elkaar tegen en op bloedwaardeniveau wijzen twee bronnen tegengesteld.
- Waar het signaal het duidelijkst is: bij te vroeg geboren baby’s, waar choline erbij bijna twee keer zoveel winst gaf als DHA alleen. Dat gebeurde tijdens een opname, bij 24 zuigelingen over tien dagen, dus bespreek het hooguit als onderzoeksgegeven en nooit als advies.
- De richting van het verband is onbeslist. Het kan net zo goed andersom zijn, of allebei een gevolg van de leverstatus.
Zie Omega 3-index voor de interpretatie van de vetzuurstatus en Cognitie en hersenveroudering voor de klinische kant van de B-vitaminewisselwerking.
De genoemde doses zijn de doses die de betreffende trials gebruikten, in hun eigen populatie en context. Lees ze als onderzoeksgegevens, niet als doseringsadvies.
Kernbronnen
- PMID 21068006 — Pynn CJ, et al. Specificity and rate of human and mouse liver and plasma phosphatidylcholine synthesis analyzed in vivo. J Lipid Res. 2011. Tracerstudie bij menselijke vrijwilligers en muizen; de methyleringsroute vormt bij voorkeur meervoudig onverzadigde fosfatidylcholinesoorten, vooral met DHA; de CDP-cholineroute vormde in eerder rattenwerk vooral enkelvoudig en tweevoudig onverzadigde soorten
- PMID 21411618 — da Costa KA, et al. Docosahexaenoic acid in plasma phosphatidylcholine may be a potential marker for in vivo PEMT activity in humans. Am J Clin Nutr. 2011. 72 deelnemers; verhouding DHA-fosfatidylcholine tot totaal fosfatidylcholine hing samen met de SAM:SAH-verhouding (p = 0,0001); DHA-aandeel hoger bij premenopauzale vrouwen dan bij mannen en postmenopauzale vrouwen (p < 0,01); bij variant rs12325817 lager DHA-aandeel (p < 0,05) en in leverbiopten van homozygoten lager DHA-gehalte en lagere PEMT-activiteit (p < 0,05)
- PMID 35575618 — Klatt KC, et al. Prenatal choline supplementation improves biomarkers of maternal DHA status. Am J Clin Nutr. 2022. 30 zwangere vrouwen, 550 tegen 25 mg choline per dag vanaf week 12 tot 16, allen 200 mg DHA; fosfatidylcholine-DHA 32 tot 38% hoger bij week 28 tot 32 (p < 0,05) en bij de bevalling (p < 0,005); totale DHA in erytrocyten 8 tot 11% hoger; gemerkte vormen 50 tot 67% hoger (p < 0,001); DHA-fosfatidylcholine in erytrocyten p = 0,11; één auteur verbonden aan OmegaQuant Analytics
- PMID 30859363 — Bernhard W, et al. Combined choline and DHA supplementation: a randomized controlled trial. Eur J Nutr. 2020. 24 zuigelingen geboren vóór 32 weken, 10 dagen, vier armen: standaard, choline 30 mg/kg/dag, DHA 60 mg/kg/dag, of beide; DHA alleen +35% (26 tot 45%), combinatie +63% (49 tot 74%; p < 0,001); DHA alleen verlaagde het aandeel DHA in fosfatidylcholine ten opzichte van totaal lipide van 78% naar 66% (p < 0,01), wat choline voorkwam
- PMID 39742970 — Francis EC, et al. Maternal plasma choline and placental phospholipid DHA content in pregnancies with obesity. 2025. 38 zwangere vrouwen met obesitas uit een DHA-trial met 800 mg/dag; significante interactie tussen suppletie en cholinestatus; institutioneel onafhankelijke onderzoeksgroep
- PMID 16996649 — Selley ML. A metabolic link between S-adenosylhomocysteine and polyunsaturated fatty acid metabolism in Alzheimer’s disease. Neurobiol Aging. 2007. 26 alzheimerpatiënten tegen 29 controles; fosfatidylcholine in erytrocyten verarmd aan DHA (p < 0,001) terwijl fosfatidylethanolamine niet verschilde; plasma-SAH hing negatief samen met het DHA-gehalte (r = -0,271; p < 0,001); enige auteur verbonden aan Angiogen Pharmaceuticals
- PMID 32912785 — Di Minno A, et al. Plasma phospholipid dysregulation in patients with cystathionine-β synthase deficiency. Nutr Metab Cardiovasc Dis. 2020. 11 patiënten; SAH 5,3 keer hoger (p = 0,003); DHA-bevattende fosfatidylcholines uitgeput, meervoudig onverzadigde vetzuren opgehoopt in fosfatidylethanolamine
- PMID 36012560 — Piras IS, et al. Hepatic PEMT Expression Decreases with Increasing NAFLD Severity. Int J Mol Sci. 2022. PEMT-expressie lager bij steatohepatitis dan bij normaal leverweefsel, en verder dalend bij ernstigere fibrose
- PMID 35718871 — Maltais M, et al. Omega-3 Supplementation for the Prevention of Cognitive Decline in Older Adults: Does It Depend on Homocysteine Levels? J Nutr Health Aging. 2022. 3 jaar suppletie plus 2 jaar observatie; homocysteïne boven 16,8 µmol/L gaf na 5 jaar slechtere Trail Making Test B, gemiddeld verschil 34,8 (95% BI 7,8 tot 61,7); observationele vergelijking binnen de behandelde groep
- PMID 25877495 — Jernerén F, et al. Brain atrophy in cognitively impaired elderly: the importance of long-chain omega-3 fatty acids and B vitamin status. Am J Clin Nutr. 2015. Hersenatrofie -40,0% (p = 0,023) bij hoge omega 3-status, geen effect bij lage status, interactie p = 0,024
- PMID 33564824 — van Soest APM, et al. Positive effects of folic acid supplementation on cognitive aging are dependent on omega-3 fatty acid status. Am J Clin Nutr. 2021. 791 deelnemers; effect groter in de laagste omega 3-tertiel dan in de hoogste, globale cognitie z-score 0,16 ± 0,059 (p < 0,01), verwerkingssnelheid 0,167 ± 0,068 (p = 0,01)
- PMID 35704085 — van Soest APM, et al. DHA status influences effects of B-vitamin supplementation on cognitive ageing: a post-hoc analysis of the B-PROOF trial. Eur J Nutr. 2022. Effect groter in de hoogste DHA-tertiel dan in de middelste (0,22 ± 0,10; p = 0,03); geen significante interactie voor gecombineerd omega 3 (p = 0,49) of EPA (p = 0,99)
- PMID 27188895 — Dawson SL, et al. A combination of omega-3 fatty acids, folic acid and B-group vitamins is superior at lowering homocysteine than omega-3 alone. Nutr Res. 2016. 19 studies, 3.267 deelnemers; omega 3 verlaagde homocysteïne met 1,18 µmol/L, de combinatie met 1,37 en omega 3 alleen met 1,09
- PMID 22811376 — Earnest CP, et al. Complementary effects of multivitamin and omega-3 fatty acid supplementation on indices of cardiovascular health in individuals with elevated homocysteine. Int J Vitam Nutr Res. 2012. 100 deelnemers; omega 3 alleen verhoogde homocysteïne met 1,11 (95% BI 0,07 tot 2,17), het multivitaminepreparaat verlaagde het
- PMID 33749643 — Bai D, et al. Effects of Folic Acid Combined with DHA Supplementation on Cognitive Function and Amyloid-β-Related Biomarkers in Older Adults with Mild Cognitive Impairment. J Alzheimers Dis. 2021. 160 deelnemers met milde cognitieve stoornis; teruggetrokken publicatie, uitkomst niet gebruikt